Vogel
Scheepsmakers kroonduif
Scheepsmakers kroonduif
Goura scheepmakeri
Log in om deze soort toe te voegenDe Scheepsmakers kroonduif behoort tot het geslacht Goura uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze grote vogel komt voor in de lage regenwouden in het zuidoosten van Nieuw-Guinea. Hij heeft een blauwgrijze verenkleed en een opvallende kantachtige kuif. Deze terrestrische soort voedt zich voornamelijk op de grond en toont vaak rustig en sociaal gedrag binnen zijn leefgebied.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Goura
Ringmaat
Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
Het mannetje is een van de grootste duivensoorten ter wereld, met een lengte van circa 70-75 cm. Het meest kenmerkende detail is de grote, kantachtige kuif van fijne, waaierachtige veren die uitloopt in witte puntjes. De kop, nek en borst zijn blauwgrijs, terwijl de buik dieper kastanjebruin is. De rug en vleugels zijn donkergrijsblauw, met lichtere schouderveren en soms een subtiele blauwgroene gloed. De staart is breed en afgerond, blauwgrijs met een lichtere eindband. De snavel is zwart, de poten zijn donkerrood, en de iris is felrood, wat contrasterend afsteekt tegen de blauwe kop.
Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje in kleur en formaat, maar gemiddeld iets kleiner en met een iets minder volle kuif. Het verenkleed is even contrastrijk en de kastanjebruine buik is even duidelijk aanwezig. Snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer blauwgrijs met een bruinige zweem en missen de uitgesproken kastanjebruine buik. De kuif is al aanwezig, maar korter en minder uitgespreid. De iris is bruin in plaats van rood, de snavel is donkergrijs en de poten zijn vleeskleurig tot donkerder roodachtig. Pas bij de eerste rui worden de kleuren en de kuif ontwikkeld zoals bij volwassen vogels.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, donkergrijs dons. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen de eerste blauwgrijze veren, terwijl de kenmerkende kuif zich pas later ontwikkelt.