Schoenbekooievaar

Balaeniceps rex

Log in om deze soort toe te voegen

De Schoenbekooievaar behoort tot het geslacht Balaeniceps uit de familie van Schoenbekooievaar (Balaenicipitidae).

Deze grote, grijsgekleurde watervogel leeft solitair in moerassen en natte gebieden van Oost-Afrika, van Zuid-Soedan tot Zambia. Hij jaagt geduldig op vis door stil te staan, vliegt met ingetrokken nek en zweeft op thermiek. De vogel is traag en territoriaal, met een uniek gedrag van bill-klapperen tijdens begroeting.

Schoenbekooievaar
Shoebill
Schuhschnabel
Bec-en-sabot du Nil

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Schoenbekooievaars (Balaenicipitidae)
Bird Genus
Balaeniceps

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Schoenbekooievaar

De Schoenbekooievaar is een grote, majestueuze vogel uit de moerassen van Centraal- en Oost-Afrika. In de avicultuur vraagt deze soort om ruime, rustige verblijven met ondiep water, schaduw, veilige nestplaatsen en stabiele klimaatomstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf (≥ 100 m² per koppel) met ondiep water (10–40 cm) en brede gras- of zandoevers; dichte oevervegetatie (riet, papyrus, bamboe) en verhoogde platforms als rust- en nestplaatsen; droog, tochtvrij binnenverblijf ± 20 m² per vogel.
  • Klimaat: tropisch; temperatuur boven 20 °C; bij lagere waarden verwarmd binnenverblijf vereist; luchtvochtigheid 60–80%; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal tijdens broedperiode – ruime verblijven en rust essentieel; buiten broedseizoen nabij soortgenoten mogelijk bij voldoende ruimte.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (tilapia, karper, haring), aangevuld met kikkers, garnalen en kleine reptielen; in kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; voer aanbieden in ondiep water; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: uitstekende waterkwaliteit via doorstroming of verversing; rust en privacy rond nestplaatsen bevorderen broedsucces; harde geluiden en verstoring vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Schoenbekooievaars

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
Het mannetje heeft een overwegend blauwgrijs tot grijsgroen verenkleed over het gehele lichaam. De kop is groot en massief met een brede, schoenvormige snavel die grijs met donkere vlekken is. De ogen zijn groot en geel, met een doordringende blik. De poten zijn grijs tot zwart en lang, geschikt om door moerassige wateren te waden.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde blauwgrijs verenkleed en massieve snavel. Ze is meestal iets kleiner, en de snavel kan iets korter of slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het verenkleed is matter en grijzig. De snavel is korter en lichter van kleur met minder donkere vlekken. De poten grijzer en de iris bruinachtig tot geelachtig.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons. De snavel is kort en grijsachtig, en de poten grijsgroen. De iris is donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen blauwgrijs verenkleed zich volledig en verschijnt de kenmerkende brede schoenvormige snavel.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 212
  • Tijdschrift 168