Vogel
Siciliaanse steenpatrijs
Siciliaanse steenpatrijs
Alectoris graeca whitakeri
Log in om deze soort toe te voegenDe Siciliaanse steenpatrijs behoort tot het geslacht Alectoris binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
De Siciliaanse steenpatrijs is een endemische vogelsoort in Sicilië, die zich bevindt in een verscheidenheid aan habitats, van zeeniveau tot hoogtes boven de 2000-2500 meter. Deze vogel prefereert droge, open terreinen en is inheems in de hoge berggebieden van Sicilië. Het is een residentieel broedvogel, wat betekent dat het niet migreert en gedurende het hele jaar in deze gebieden aanwezig blijft. De Siciliaanse populatie is echter sterk gefragmenteerd en staat onder druk van habitatverlies en hybrideisatie.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Alectoris
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.
- Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
- Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
- Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
- Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
- Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Wetgeving(en)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn.
Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.
De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:
- De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
- Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.
Verder lezen? Word lid van Aviornis
Man:
Het mannetje is een middelgrote bergpatrijs van circa 32-35 cm lengte. De kop is grijs met een kastanjebruine kruin en een opvallende witte keel, scherp omlijst door een brede zwarte band die langs de wangen en keel loopt en achter de nek doorloopt. De borst is lichtgrijs, de buik vuilwit tot beige. De flanken zijn opvallend getekend met brede kastanjebruine, zwarte en witte strepen. De rug en vleugels zijn grijsbruin met kastanjebruine en zandkleurige nuances, de staart kort en kastanjebruin. De snavel is rood, de poten eveneens rood en voorzien van een spoor, en de iris is roodbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is nauwelijks te onderscheiden van het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en minder contrastrijk. De zwarte keelband kan smaller of minder scherp omlijnd zijn. De snavel en poten zijn identiek rood van kleur, maar vaak iets valer, en de iris is bruinrood.
Juveniel:
Juvenielen zijn egaler zandbruin en missen de uitgesproken koptekening en keelband. De borst en buik zijn beige tot lichtbruin met kleine donkere stipjes, en de flanken slechts vaag gebandeerd. De snavel is grijs tot hoornkleurig, de poten vleeskleurig tot bleek oranje en de iris zeer donker. Tijdens de eerste rui verschijnen de rode poten en snavel, evenals de kenmerkende kop- en flanktekening.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons voorzien van donkere lengtestrepen over rug en kop, een doeltreffend camouflagepatroon in bergachtige leefgebieden. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Het volwassen kleur- en patroonverschil ontwikkelt zich pas na de eerste rui.