Simeonsmeeuw

Larus belcheri

Log in om deze soort toe te voegen

De Simeonsmeeuw behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).

Deze kustvogel leeft langs de rotsachtige kusten, baaien en eilanden van de westelijke Zuid-Amerikaanse Pacifische kust, van noordelijk Peru tot noordelijk Chili. Hij foerageert zowel op vis, krabben en weekdieren als op kadavers en seizoensgebonden op eieren en jongen van andere zeevogels, vaak in kleine kolonies vanaf december. Deze soort is standvastig en sociaal in zijn gedrag, waarbij hij soms Guanay-aalscholvers hindert om hun prooien te verkrijgen.

Simeonsmeeuw
Belcher's Gull
Schwanzbandm�we
Go�land sim�on

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Larus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Meeuwen

Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
  • Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
  • Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
  • Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Man:
De man heeft een overwegend grijs verenkleed met een lichte zilverachtige glans. De kop is wit met een subtiele grijze tint op de nek. De vleugels zijn donkerder grijs met een lichte rand aan de uiteinden. De borst en buik zijn helderwit, wat een sterk contrast vormt met de vleugels. De snavel is geel met een rode vlek aan de punt. De poten zijn geelachtig van kleur en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donker met een smalle, lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets doffere glans. De kop is eveneens wit, maar de grijze tint op de nek is iets prominenter. De vleugels zijn donkergrijs met een minder uitgesproken lichte rand. De borst en buik zijn wit, maar kunnen een lichtgrijze waas hebben. De snavel is geel, maar de rode vlek is minder opvallend. De poten zijn geel, maar iets bleker dan die van de man. De ogen zijn donker met een subtiele, lichte oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruinachtig verenkleed met een matte uitstraling en lichte veerranden. De kop is bruin met een vage, donkere oogstreep. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen, wat een geschubd effect geeft. De borst en buik zijn vuilwit met bruine vlekken. De snavel is donkergrijs met een lichtere basis. De poten zijn grijsachtig en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn donker zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed met donkere vlekken. De snavel en poten zijn lichtgrijs van kleur.