Vogel
Soemmerring koperfazant
Soemmerring koperfazant
Syrmaticus soemmerringii soemmerringii
Log in om deze soort toe te voegenDe Soemmerring koperfazant behoort tot het geslacht Syrmaticus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze fazant komt alleen voor in Japan en leeft in bergachtig en bebost gebied met dicht struikgewas. Hij is schuw en voedt zich voornamelijk op de bodem, waar hij insecten, zaden en plantendelen zoekt. Het vrouwtje beschermt haar jongen actief en kan dreiggedrag vertonen om ze te beschermen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Syrmaticus
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Fazanten
Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving.
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
- Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière;
bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd. - Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
- Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
- Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Man:
Het mannetje is een grote, slanke fazant van circa 90-100 cm lengte, waarvan de helft gevormd wordt door de lange, sierlijke staart. De kop en nek zijn glanzend zwart met een paarsblauwe zweem. Rond het oog bevindt zich een opvallende kale, felrode huidzone. De rug en bovenvleugeldekveren zijn kastanjebruin met donkere schubtekening. De borst en buik zijn zwart met een groene of purperen metallic glans, terwijl de flanken kastanjebruin zijn met brede witte en zwarte strepen. De staartpennen zijn zeer lang, grijswit met contrasterende brede zwarte dwarsbanden, een kenmerkend veldteken. De snavel is hoornkleurig grijs, de poten zijn leigrijs tot vleeskleurig met sporen, en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is aanzienlijk kleiner (ca. 55�60 cm) en onopvallend gekleurd. Haar verenkleed is warmbruin met fijne lichte schubtekening en donkere bandering, ideaal voor camouflage in dichte begroeiing. De borst en buik zijn beige tot lichtbruin met donkere stippen. De staart is korter, bruin met fijne bandering. De rode ooghuid is aanwezig, maar veel kleiner en valer dan bij het mannetje. De snavel is grijsbruin, de poten vleeskleurig en de iris bruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, met een overwegend bruin verenkleed en subtiele lichte en donkere vlekjes. De borst en buik zijn vuilwit tot beige met kleine stippen, de staart kort en eenvoudig gebandeerd. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zeer donker. Bij jonge hanen verschijnen tijdens de eerste rui de verlengde zwart-wit gebandeerde staartpennen en de glanzend donkere borst.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons voorzien van brede donkere lengtestrepen over rug en kop, wat uitstekende camouflage biedt in bosrijke leefgebieden. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het geslachtsverschil wordt pas zichtbaar na de eerste rui.