Spikkelborstdwergspecht

Picumnus steindachneri

Log in om deze soort toe te voegen

De Spikkelborstdwergspecht behoort tot het geslacht Picumnus binnen de familie van Spechten (Picidae).

De spikkelborstdwergspecht is een endemische vogelsoort in noordwestelijk Peru. De vogel leeft in dalen van de Andes, waar hij voorkomt in tropisch nevelwoud en secundair bos op hoogten tussen 1100 en 2200 meter boven zeeniveau. Het is een bedreigde soort vanwege habitatverlies door ontbossing voor landbouw en bewoning.

Spikkelborstdwergspecht
Speckle-chested Piculet
Perlenbrust-Zwergspecht
Picumne perl�

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Picumnus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit gebandeerd verenkleed op de rug en vleugels. De kop is zwart met een heldere rode kruin, die sterk contrasteert met de rest van de kop. De borst en buik zijn lichtgrijs met subtiele witte vlekken, die naar de flanken toe donkerder worden. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn grijs en hebben een fijne schubstructuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, lichte oogring. De nek is kort en robuust, waardoor de kop groot lijkt in verhouding tot het lichaam.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar zwart-wit gebandeerd patroon op de rug en vleugels als de man. In plaats van een rode kruin heeft ze een volledig zwarte kop, wat minder contrasterend is. De borst en buik zijn eveneens lichtgrijs, maar met minder uitgesproken vlekken dan bij de man. De snavel is identiek aan die van de man, kort en zwart. De poten zijn ook grijs, met dezelfde fijne schubstructuur. De iris is donkerbruin, met een subtiele, lichte oogring. De verhouding tussen kop en lichaam is vergelijkbaar met die van de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met minder uitgesproken bandering op de rug en vleugels. De kop is overwegend grijs met een vage rode tint op de kruin, die minder opvallend is. De borst en buik zijn lichtgrijs met een onregelmatige verspreiding van witte vlekken. De snavel is kort en donkergrijs, met een minder uitgesproken kromming. De poten zijn lichter grijs dan bij volwassen vogels, met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring. De kop lijkt proportioneel groter door de kortere nek.

Kuiken:
Kuikens hebben een uniform grijs verenkleed zonder duidelijke patronen of vlekken. De snavel is kort en lichtgrijs, met een zachte textuur.