Vogel
Spitsstaartgroeneduif
Spitsstaartgroeneduif
Treron apicauda
Log in om deze soort toe te voegenDe Spitsstaartgroeneduif behoort tot het geslacht Treron uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze kleurrijke duif leeft in de bossen van Zuid- en Zuidoost-Azië, waar hij zich voedt met vruchten en bessen in het bladerdak. Vaak in groepen van 10-30, vertoont hij sociaal gedrag en maakt karakteristieke zachte fluittonen. Het dier broedt in struiken en bamboe op een hoogte van enkele meters, en beweegt seizoensgebonden afhankelijk van voedselbeschikbaarheid.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Treron
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote vruchtenduif van circa 29-31 cm lengte. De kop en nek zijn lichtgroen, de borst grijsgroen met een lichte gele zweem. De buik is vuilwit tot geelachtig. De rug en vleugels zijn donkergroen met een zijdeachtige glans; op de schouderveren kan een bronzen zweem zichtbaar zijn. Opvallend bij het mannetje zijn de diep kastanjebruine schouder- en vleugeldekveren die sterk contrasteren met het groene kleed. De staart is lang en afgerond, groen van boven en lichtgrijs van onder, met een brede, donkergrijze eindband. De snavel is blauwachtig bij de basis met een lichtere punt, de poten rood, en de iris geel tot oranjerood.
Vrouw:
Het vrouwtje mist de kastanjebruine vleugelvelden en is overwegend egaal groen. De borst en buik zijn meer uniform geelgroen, en de rug en vleugels zijn matter van tint zonder uitgesproken glans. De snavel, poten en iris zijn gelijk van kleur aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, maar zijn matter groen en hebben bredere lichte randen aan de vleugels die een geschubd effect geven. De borst en buik zijn groengeel, de kop uniform groen. De snavel is grijsgroen, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris donker. Bij jonge mannetjes verschijnen de kastanjebruine vleugelvelden pas na de eerste rui.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsgelig dons dat uitstekende camouflage biedt in de dichte boomkronen. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. De eerste groene veren verschijnen kort na het uitvliegen; de kastanjebruine tekening ontwikkelt zich later bij mannetjes.