Vogel
Steenduifje
Steenduifje
Columbina talpacoti
Log in om deze soort toe te voegenDe Steenduifje behoort tot het geslacht Columbina uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogel vertoont seksuele dimorfie in zijn verenkleed. Mannelijke exemplaren hebben een grijze kop en roodbruine bovenkant terwijl de vrouwtjes meer egaal bruin zijn. Beide geslachten tonen zwart-witte patroon op de vleugels. Deze vogel bewoont open gebieden zoals scrublands, akkers en stadsparken. Ze foerageren meestal op de grond en zijn wijdverspreid in de tropische regio's van Amerika.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columbina
Ringmaat
Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een kleine duif van circa 16-18 cm lengte. De kop en nek zijn grijsachtig met een lichte blauwige tint. De borst is rozegrijs, de buik vuilwit. De rug en vleugels zijn roodbruin tot kastanjekleurig met fijne donkere stippen en bandering, waardoor een geschubd effect ontstaat. In vlucht vallen de kastanjebruine vleugels sterk op. De staart is vrij lang en afgerond, donkerbruin met lichtere buitenste pennen. De snavel is zwart, de poten zijn roodachtig, en de iris is geel tot oranjerood.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is overwegend bruiner en mist de blauwige zweem op kop en nek. De borst is grijzer en minder roze, en de rug- en vleugelkleuren zijn matter kastanjebruin. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn egaler bruin van kleur, zonder roze zweem op de borst en zonder uitgesproken kastanjebruine vleugels. De bovenzijde is voorzien van brede lichte veerranden, wat een geschubd patroon geeft. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris zeer donker. Pas na de eerste rui verschijnen de warmere kastanjebruine tinten.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons dat uitstekende camouflage biedt. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. De eerste veren die ontwikkelen zijn bruin, waarna zich geleidelijk de kastanjebruine vleugels van de volwassen vogels vormen.