Vogel
Stekelstaartibis
Stekelstaartibis
Cercibis oxycerca
Log in om deze soort toe te voegenDe Stekelstaartibis (Synoniem: Zwartnekibis) behoort tot het geslacht Cercibis uit de familie van Ibissen en Lepelaars (Threskiornithidae).
Deze opvallende vogel uit de familie van de ibissen en lepelaars leeft in open, natte savannes en galerijbossen van oostelijk Colombia, Venezuela, Guyana en noordelijk Brazili�. Anders dan veel andere waadvogels broedt hij juist in het droge seizoen, solitair en vrij verborgen, waarbij de jongen lang bij de ouders blijven. Hij foerageert voornamelijk op de grond en is vooral actief in vochtige, open gebieden, waar zijn sociale gedrag en preenrituelen, mogelijk gerelateerd aan paarvorming en familiebanden, opvallen. Dankzij zijn brede verspreiding en stabiele populatie is de soort momenteel niet bedreigd.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
- Bird Family
- Ibissen en lepelaars (Threskiornithidae)
- Bird Genus
- Cercibis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Ibissen en lepelaars
In de avicultuur vraagt deze soort om een ruime volière met waterpartijen, veilige broedgelegenheden en een gevarieerd dieet.
De volgende punten kunnen als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:
- Huisvesting: ruime volière (ca. 20–30 m² per paar, ± 3 m hoog) met vijver of waterpartij en beplanting; nestplatforms of takkenbossen voor broed.
- Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer).
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om agressie te beperken.
- Voeding: watervogelpellets aangevuld met vis, weekdieren, garnalen, insecten; eventueel plantaardig materiaal.
- Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; vijvers regelmatig verversen of doorstromen.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend zwart verenkleed op de nek en kop, met een glans van groen en paars op de rug en vleugels. De borst en onderzijde zijn donkergrijs tot zwartbruin. De snavel is lang, dun, licht gebogen en zwart van kleur. De poten zijn donkergrijs tot zwart en lang, geschikt voor waden in ondiep water. De iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde zwarte en glanzende verenkleed. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het verenkleed is matter en grijsbruin. De glans op de vleugels ontbreekt grotendeels en de nek is minder intens zwart. De snavel is korter en donkergrijs, de poten grijzer en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichte vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en het volwassen glanzende zwarte verenkleed zich volledig.