Vogel
Stekelstaartsnip
Stekelstaartsnip
Gallinago stenura
Log in om deze soort toe te voegenDe Stekelstaartsnip behoort tot het geslacht Gallinago uit de familie van Strandlopers en Snippen (Scolopacidae).
Deze vogelsoort komt voor in boreale en arctische wetlands in Noord-Azi� en overwintert in zuidelijkere, moerassige gebieden in Zuid-Azi�. Ze leven vooral in natte graslanden en moerassen waar ze zoeken naar voedsel in zachte bodems. Het zijn schuwe vogels met een typisch schommelende vliegwijze en ze zijn actief tijdens de schemering en nacht.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Strandlopers en snippen (Scolopacidae)
- Bird Genus
- Gallinago
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Snippen, strandlopers, ruiters, wulpen, grutto's
De Scolopacidae vormen een diverse groep steltlopers die in de natuur leven langs kusten, oevers en moerassen. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met ondiep water, zachte bodem en veel gelegenheid tot foerageren en rusten. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (5–20 cm diep) en zachte modderige bodem; helft van het verblijf water, helft gras- of zandzones met lage vegetatie en open plekken; stenen of wortels als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: goed koudetolerant; jaarrond buiten te houden met ijsvrij water en beschutting; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en beschut tegen wind en regen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – ruime verblijven voorkomen conflicten; buiten broedtijd groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, larven, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit en bodemhygiëne essentieel; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; rustige, natuurlijke omgeving met terreinvariatie bevordert welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
Het mannetje is een kleine snip van circa 24�26 cm lengte, met een slank postuur en een rechte, vrij lange snavel. De kop is donkerbruin met een duidelijke lichte middenkruinstreep en donkere oogstrepen. De bovenzijde is donkerbruin met zwarte en goudbeige lengtestrepen, die een sterk gecamoufleerd patroon vormen. De borst is lichtbruin met fijne donkere streepjes, de buik vuilwit. De staart is relatief smal en kort, kastanjebruin tot roodbruin met duidelijke zwarte dwarsbanden. De snavel is hoornkleurig tot donkerbruin, de poten zijn groenachtig grijs of olijfkleurig, en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en is in het veld nauwelijks te onderscheiden. Gemiddeld is zij iets groter en heeft zij een iets langere snavel, maar het verenkleed en de tekening zijn identiek.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en warmer bruin van tint, met bredere lichte veerranden op rug en vleugels, waardoor een geschubd effect ontstaat. De borst is lichtbeige met subtiele donkere vlekjes, de buik vuilwit. De koptekening is minder scherp. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot groenachtig, en de iris zeer donker. Tijdens de eerste rui verschijnen de duidelijke rugstrepen en het contrastrijke volwassen verenkleed.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons met donkere vlekken en brede lengtestrepen over rug en kop, wat een uitstekend camouflagepatroon vormt in moeras- en graslanden. De onderzijde is vuilwit tot cr�me. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Tijdens de groei verlengt de snavel snel en krijgen ze het kenmerkende gestreepte uiterlijk van volwassen vogels.