Vogel
Struiktinamoe
Struiktinamoe
Crypturellus cinnamomeus
Log in om deze soort toe te voegenDe Struiktinamoe behoort tot het geslacht Crypturellus binnen de familie van Tinamoes (Tinamidae).
De struiktinamoe is een vogel uit de familie van de tinamoes, die voorkomt in vochtige bossen en scrublands in subtropisch en tropisch Centraal-Amerika. Zij prefereert moerassige laaglandbossen, galerijbossen, loofbossen en secundair bos tot een hoogte van 1.850 meter. Het dieet bestaat uit vruchten, zaden en ongewervelden. De vogels bouwen hun nesten in struikgewas en leggen 3 tot 7 eieren per broedseizoen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Stuithoenders (Tinamiformes)
- Bird Family
- Tinamoes (Tinamidae)
- Bird Genus
- Crypturellus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Tinamoes
Tinamoes zijn schuwe, grondbewonende vogels uit Midden- en Zuid-Amerika die leven in bossen, savannes en struikgebieden. Ze foerageren op de bodem en vertrouwen sterk op camouflage en beschutting. In de avicultuur vragen Tinamoes om rustige, dichtbeplante verblijven met zachte bodems en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: laag ingericht buitenverblijf met dichte begroeiing (20–30 m² per koppel); bodem van bosgrond of humus; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en rustig.
- Klimaat: subtropisch/tropisch; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen wind en zon.
- Sociaal: solitair of per koppel; stressgevoelig; rustige omgeving en visuele dekking essentieel.
- Voeding: zaden, fruit, groenvoer en insecten; wildzaadmengsel en universeelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: dichte schuilplekken noodzakelijk; broednest op de grond tussen vegetatie; dagelijkse hygiëne en rustige ligging bevorderen welzijn.
Man:
De man heeft een warm kaneelkleurig verenkleed met een subtiele glans. De kop en nek zijn iets donkerder dan de rest van het lichaam. De borst en buik tonen een lichtere kaneeltint met een zachte overgang. Vleugels zijn egaal van kleur zonder opvallende markeringen. De snavel is kort en donkergrijs, passend bij de oogring. Poten zijn slank en grijsachtig van kleur. De iris is donkerbruin, wat contrasteert met de lichtere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar kaneelkleurig verenkleed, maar met een matte afwerking. De kop en nek zijn iets lichter dan bij de man, met een subtiele schakering. De borst en buik zijn egaal van kleur, zonder opvallende patronen. Vleugels hebben een iets lichtere tint aan de randen. De snavel is iets lichter van kleur dan bij de man. Poten zijn iets robuuster en hebben een grijsgroene tint. De iris is donkerbruin, met een iets bredere oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme kaneeltint. De kop en nek zijn minder uitgesproken in kleur dan bij volwassenen. De borst en buik zijn egaal, zonder duidelijke contrasten. Vleugels vertonen soms lichte vlekken of strepen. De snavel is kort en bleekgrijs, met een zachte textuur. Poten zijn dunner en hebben een lichtgrijze kleur. De iris is donker, met een smalle, onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed met een zachte textuur. De snavel en poten zijn bleekgrijs.