Vogel
Surucuratrogon
Surucuratrogon
Trogon surrucura
Log in om deze soort toe te voegenDe Surucuratrogon behoort tot het geslacht Trogon binnen de familie van Trogons (Trogonidae).
Deze kleurrijke vogel leeft in vochtige bossen en halfopen gebieden van zuidelijk Zuid-Amerika, met name in delen van Brazili�, Paraguay, Argentini� en Uruguay. Hij verblijft vooral in het middelste bosgebied en voedt zich voornamelijk met insecten en fruit. De vogel is meestal rustig en zit lang stil, maar kan verrassend goed draaien met zijn kop om zijn omgeving in de gaten te houden. Hij broedt in boomholten of termietenheuvels, waarbij het broedseizoen loopt van september tot december.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trogons (Trogoniformes)
- Bird Family
- Trogons (Trogonidae)
- Bird Genus
- Trogon
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Trogons
Trogons zijn kleurrijke, boomlevende vogels uit tropische en subtropische bossen. Ze leven meestal solitair of in paren en brengen veel tijd zittend door in de boomkruinen, waar zij insecten en fruit verzamelen. In de avicultuur vragen Trogons om rustige, hoog ingerichte en dichtbeplante verblijven met een stabiel warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: hoog, dichtbeplant buitenverblijf (20–30 m² per koppel); volièrematen met hoogte ≥ 3 m; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, warm en tochtvrij.
- Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 20–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%.
- Sociaal: solitair of per koppel; rustige soort; territoriaal rond nest tijdens broedperiode.
- Voeding: insecten en zacht fruit; universeelvoer als aanvulling; voer op verhoogde plekken aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: nestkast of holte op hoogte; rustige ligging essentieel; dagelijkse hygiëne en goede ventilatie bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een opvallend glanzende, blauwgroene kop en nek. De borst is diep rood met een scherpe scheiding naar de witte buik. De vleugels zijn donker met fijne witte streepjes, wat een subtiel contrast geeft. De rug en staart zijn blauwgroen, met een lichte iriserende glans. De snavel is kort en geel, met een lichte kromming. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een doffere, bruingrijze kop en nek. De borst is lichtroze, geleidelijk overgaand in een witte buik. De vleugels zijn donker met minder opvallende streepjes dan bij de man. De rug en staart zijn bruin met een subtiele glans. De snavel is kort en grijs, met een lichte kromming. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, lichte oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffe, bruingrijze kop en nek, vergelijkbaar met de vrouw. De borst is lichtroze, maar minder intens dan bij volwassen vrouwtjes. De vleugels zijn donker met vage streepjes, minder uitgesproken dan bij volwassenen. De rug en staart zijn bruin zonder glans. De snavel is kort en grijs, met een lichte kromming. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, lichte oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog zacht.