Vogel
Syrische bonte specht
Syrische bonte specht
Dendrocopos syriacus
Log in om deze soort toe te voegenDe Syrische bonte specht behoort tot het geslacht Dendrocopos binnen de familie van Spechten (Picidae).
Deze middelgrote specht leeft in open bossen, landbouwgebieden met bomen en struiken en parken van zuidoost-Europa tot Iran, met recente uitbreiding naar het noordwesten. Hij voedt zich vooral met houtinsecten en nestelt in oude, verrotte bomen. Het gedrag kenmerkt zich door snelle, schokkerige bewegingen en verschillende foerageerhoudingen, soms zelfs ondersteboven.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Spechten (Picidae)
- Bird Genus
- Dendrocopos
Ringmaat
Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mmWelzijnsadviezen
Spechten
Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
- Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
- Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallende zwart-witte tekening met een glanzende zwarte rug. De vleugels zijn zwart met witte stippen, wat een sterk contrast geeft. De kop is wit met een zwarte kruin en een rode vlek op de achterkop. De borst en buik zijn wit met een lichte beige tint. De snavel is recht en grijs, met een lichte glans. De poten zijn grijs en hebben een stevige structuur. De iris is roodbruin, wat opvalt tegen de lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar zwart-wit patroon, maar mist de rode vlek op de achterkop. De rug is matzwart, terwijl de vleugels zwart met witte stippen zijn. De kop is wit met een zwarte kruin, zonder rode accenten. De borst en buik zijn wit met een subtiele beige ondertoon. De snavel is recht en grijs, met een matte afwerking. De poten zijn grijs en robuust. De iris is roodbruin, omgeven door een lichte oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer zwart-wit verenkleed met een minder uitgesproken tekening. De kop heeft een rode kruin, die later verdwijnt. De rug is matzwart, terwijl de vleugels zwart met witte stippen zijn. De borst en buik zijn vuilwit met een grijze waas. De snavel is korter en grijzer dan bij volwassenen. De poten zijn grijs en minder stevig. De iris is donkerbruin, met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.