Vogel
Timorduifje
Timorduifje
Geopelia maugeus
Log in om deze soort toe te voegenDe Timorduifje behoort tot het geslacht Geopelia uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze kleine duif komt voor op de eilandengroep de Kleine Soenda-eilanden in Indonesië, waar hij leeft in struikgewas, landbouwgebieden en bosranden in laagland. Hij voedt zich voornamelijk met zaden op de grond en vertoont een rustig sociaal gedrag met zachte koerende roep.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Geopelia
Ringmaat
Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een kleine, slanke duif van circa 22-24 cm lengte, herkenbaar aan zijn fijne tekening. De kop en nek zijn lichtgrijs met een subtiel blauwige zweem, de keel is vuilwit. De borst en flanken zijn bedekt met smalle, zwarte dwarsbandjes op een grijsbruine ondergrond, wat een opvallend gestreept effect oplevert. De buik is witachtig tot vuilwit. De rug en vleugels zijn bruinachtig met lichtere randen, waardoor een geschubd patroon ontstaat. De staart is lang en smal, donker in het midden met brede, witte buitenste pennen die in vlucht contrasterend opvallen. De snavel is zwart, de poten roodachtig, en de iris oranjerood, vaak met een bleke, grijsblauwe oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner en doffer van tint, met minder contrastrijke borststreping. De rug is grijzer van kleur. De snavel, poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn overwegend bruinachtig en missen de scherpe dwarsstreping van adulten. De borst is vaalbruin, de buik vuilwit. De vleugels hebben brede lichte randen, wat een geschubd patroon geeft, maar minder uitgesproken dan bij volwassen vogels. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris donker. De lichte oogring is nog niet ontwikkeld.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruin dons dat goede camouflage biedt op de bosbodem en in grasrijke omgevingen. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Kort na uitvliegen verschijnen de eerste eenvoudige bruine veren; de fijne borststreping en witte staartpennen ontwikkelen zich later.