Trompetneushoornvogel

Bycanistes bucinator

Log in om deze soort toe te voegen

De Trompetneushoornvogel (synoniem: Trompethoornvogel) behoort tot het geslacht Bycanistes binnen de familie van Neushoornvogels (Bucerotidae).

Deze soort komt voor in de tropische en subtropische bossen van zuidelijk en oostelijk Afrika, van Kenia tot aan de oostkust van Zuid-Afrika. Hij leeft vooral in altijdgroene en galerijbossen, vaak nabij water, en voedt zich met vruchten en grote insecten. Het is een sociale vogel die meestal in kleine groepen leeft en vrouwtjes broeden in een afgesloten nestruimte.

Trompetneushoornvogel
Trumpeter Hornbill
Trompeterhornvogel
Calao trompette

Taxonomische indeling

Bird Order
Neushoornvogels (Bucerotiformes)
Bird Family
Neushoornvogels (Bucerotidae)
Bird Genus
Bycanistes

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Neushoornvogels

Neushoornvogels zijn middelgrote tot grote tropische bosvogels, herkenbaar aan hun grote snavel met hoornachtige “casque”. Ze leven paarsgewijs of in kleine groepen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid, schaduw en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (20–30 m² per koppel, 3–4 m hoog) met hoge zitstokken, dichte beplanting en open vliegzones; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig; nestkast of boomstam met diepe broedholte (50–80 cm) en smalle opening geschikt voor dichtmetselen.
  • Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C, luchtvochtigheid 60–80%; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar zonder tocht.
  • Sociaal: leven in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – aparte verblijven aanbevolen; voorzichtigheid bij gemengde huisvesting vanwege mogelijke agressie.
  • Voeding: zachtvoer voor fruiteters met vers fruit (banaan, papaja, peer, druiven); aanvullen met insecten, kleine knaagdieren of eieren; in kweek extra dierlijk eiwit; geen citrus of gefermenteerd voer; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestkasten regelmatig reinigen; beschutting tegen zon en regen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen neushoornvogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed op de kop, nek en rug. De borst en buik zijn helderwit, wat een sterk contrast vormt met de donkere bovenzijde. De vleugels zijn zwart met witte uiteinden, wat een opvallend patroon creëert. De snavel is groot en ivoorkleurig met een prominente helm. De iris is donkerbruin, omgeven door een lichte oogring. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur. De staart is zwart met een brede witte band aan het uiteinde.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met subtiele verschillen. Haar snavel is iets kleiner en minder geprononceerd. De helm op de snavel is minder ontwikkeld en heeft een zachtere curve. De veren op de borst en buik zijn iets doffer wit. De vleugels vertonen dezelfde zwart-witte patronen als bij de man. De iris is donkerbruin, maar de oogring is iets minder opvallend. De poten zijn donkergrijs en stevig gebouwd.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer bruinachtige tint op de zwarte delen. De witte veren op de borst en buik zijn minder helder en kunnen grijzig lijken. De snavel is kleiner en mist de ontwikkelde helm van de volwassenen. De iris is donker, maar de oogring is nog niet volledig ontwikkeld. De vleugels hebben een minder uitgesproken zwart-wit patroon. De poten zijn lichter grijs en minder robuust. De staart heeft een onduidelijke witte band.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. Hun snavel is klein en lichtgekleurd.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 193