Vogel
Trudeaus stern
Trudeaus stern
Sterna trudeaui
Log in om deze soort toe te voegenDe Trudeaus stern behoort tot het geslacht Sterna binnen de familie van Sterns (Laridae).
Deze middelgrote zeevogel komt voor van zuidoostelijk Brazili� tot oostelijk Argentini� en centraal Chili, waar hij leeft in moerassen, ondiepe zee�n en getijdenkwelders. Hij is herkenbaar aan zijn volledig gele snavel en zijn witte kruin. De vogel is visetend en vaak te zien in groepen, vooral tijdens het broedseizoen. Hij is sociaal en trekt soms over grotere afstanden. De populatie is stabiel en wordt momenteel niet als bedreigd beschouwd.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Sterna
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Sterns
Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
- Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
- Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een overwegend lichtgrijs verenkleed met een subtiele zilverachtige glans. De kop is wit met een zwarte kap die scherp afsteekt tegen de nek. De vleugels zijn grijs met donkerder uiteinden, wat een duidelijk contrast biedt. De borst en buik zijn egaal wit, zonder zichtbare markeringen. De snavel is slank en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkerrood, wat een opvallend kenmerk is. De ogen zijn donker met een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken glans. De zwarte kap op de kop is iets minder scherp afgebakend. De vleugels vertonen dezelfde grijstinten, maar de uiteinden zijn iets lichter. De borst en buik zijn wit, met een zachte overgang naar de grijze flanken. De snavel is iets korter en heeft een subtiele oranje tint aan de basis. De poten zijn donkerrood, maar iets doffer van kleur. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bleker verenkleed met een meer diffuse grijze tint op de rug. De kop heeft een minder duidelijke zwarte kap, vaak met bruine tinten. De vleugels zijn grijs met lichtere uiteinden en een vage bandering. De borst en buik zijn wit, maar met een lichte grijze waas. De snavel is korter en donkergrijs, zonder opvallende kromming. De poten zijn bleekroze, wat verschilt van de volwassen vogels. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een pluizig, lichtgrijs dons. De snavel en poten zijn bleekroze van kleur.