Vogel
Tureluur
Tureluur
Tringa totanus
Log in om deze soort toe te voegenDe Tureluur behoort tot het geslacht Tringa uit de familie van Strandlopers en Snippen (Scolopacidae).
Deze steltloper broedt in uitgestrekte graslanden, moerassen en polders in grote delen van Europa. Buiten het broedseizoen verblijft hij vooral in getijdengebieden zoals de Waddenzee, waar hij met zijn rode poten kijkt naar voedsel in ondiep water. Zijn luidruchtige gedrag en opvallende roep kenmerken deze vogel, die vaak op slootranden foerageert.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Strandlopers en snippen (Scolopacidae)
- Bird Genus
- Tringa
Ringmaat
Man 5.0 mm Vrouw 5.0 mmWelzijnsadviezen
Snippen, strandlopers, ruiters, wulpen, grutto's
De Scolopacidae vormen een diverse groep steltlopers die in de natuur leven langs kusten, oevers en moerassen. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met ondiep water, zachte bodem en veel gelegenheid tot foerageren en rusten. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (5–20 cm diep) en zachte modderige bodem; helft van het verblijf water, helft gras- of zandzones met lage vegetatie en open plekken; stenen of wortels als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: goed koudetolerant; jaarrond buiten te houden met ijsvrij water en beschutting; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en beschut tegen wind en regen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – ruime verblijven voorkomen conflicten; buiten broedtijd groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, larven, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit en bodemhygiëne essentieel; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; rustige, natuurlijke omgeving met terreinvariatie bevordert welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
Het mannetje is een middelgrote steltloper met lange, oranjerode poten en een rechte, middellange snavel die rood aan de basis en zwart aan de punt is. De bovenzijde is grijsbruin met donkere vlekken en strepen. De borst en flanken zijn lichtgrijs tot wit, fijn gestreept. De buik en onderstaartdekveren zijn wit. De ogen zijn donkerbruin. In vlucht valt de brede witte vleugelstreep en de witte stuit met contrasterende donkere vleugels op.
Vrouw:
Het vrouwtje is zeer vergelijkbaar met het mannetje en vertoont nauwelijks verschil in verenkleed. Ze is gemiddeld iets groter en forser gebouwd, met een iets langere snavel.
Juveniel:
Juveniele tureluurs zijn bleker en hebben een meer zandkleurig, bruinachtig verenkleed met minder contrasterende tekening op de bovenzijde. De borst en flanken zijn warmer bruin gestreept en de snavel is volledig donkergrijs, zonder de rode basis. De poten zijn doffer, grijsachtig oranje.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelbruin dons met donkere vlekken en strepen op de rug en kop voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna wit. De snavel is kort, recht en grijs. De poten zijn vleeskleurig grijs en de iris is donker.