Vogel
Udzungwabospatrijs
Udzungwabospatrijs
Xenoperdix udzungwensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Udzungwabospatrijs behoort tot het geslacht Xenoperdix binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
De Udzungwabospatrijs is een kleine, bruinachtige vogel met een roodbruine kop, die voornamelijk in de Udzungwa-bergen in Tanzania leeft. Het dier bewoont dichte bossen en voedt zich vooral met insecten zoals kevers en mieren, en zaden. Door habitatverlies en jacht is deze soort ernstig bedreigd en staat ze als bedreigd op de lijst van de IUCN.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Xenoperdix
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
- Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje is een middelgrote, gedrongen kwartelachtige patrijs van circa 29�30 cm lengte. Het verenkleed is rijk getekend: de kop is grijsbruin met een duidelijke witte wenkbrauwstreep en een donker maskerachtig patroon rond de ogen. De keel is vuilwit en omlijst door een smalle, donkere rand. De borst is kastanjebruin met fijne lichte vlekken, terwijl de buik lichter is, cr�me tot zandkleurig met bruine stippen. De rug en vleugels zijn warm bruin met duidelijke zwarte en zandkleurige bandering, waardoor een sterk gecamoufleerd patroon ontstaat. De snavel is kort en zwart, de poten zijn rood tot oranjerood en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijkend aan het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en minder contrastrijk gekleurd. De borsttekening is lichter kastanjebruin en de witte wenkbrauwstreep is minder opvallend. De poten zijn valer rood.
Juveniel:
Juvenielen hebben een matter en egaler bruin verenkleed zonder de uitgesproken kastanjebruine borst en witte wenkbrauwstreep. De rug en vleugels zijn vaalbruin met bredere lichte randen die een geschubd effect geven. De iris is donkerbruin, de snavel grijzer en de poten bleker rood.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons met donkere strepen over rug en kruin, wat uitstekende camouflage biedt in het bosstrooisel. De onderzijde is vuilwit tot cr�me. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de ogen donker. De kenmerkende borsttekening en wenkbrauwstreep ontwikkelen zich pas na de eerste jeugdrui.