Vogel
Vale strandplevier
Vale strandplevier
Anarhynchus marginatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Vale strandplevier behoort tot het geslacht Anarhynchus binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).
De witvoorhoofdplevier is een kleine kustvogel die inheems is in sub-Sahara Afrika en op Madagascar. Het leeft op zandstranden, duinen, modderbanken en langs rivieren en meren. Het nestelt in ondiepe kuilen in de grond en legt een legsel van ��n tot drie eieren. De soort is monogaam en langlevend, en de meeste paren blijven jaar na jaar bij elkaar in hun territorium.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Kieviten en plevieren (Charadriidae)
- Bird Genus
- Anarhynchus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Plevieren en Kieviten
Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Man:
De man heeft een opvallend grijs verenkleed met een lichte zilverachtige glans. De kop is donkerder grijs, wat contrasteert met de lichtere nek en borst. De vleugels tonen subtiele zwarte randen, die versleten kunnen lijken naarmate het seizoen vordert. De buik is egaal grijs zonder opvallende markeringen. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende grijze oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een iets doffer grijs verenkleed dan de man, met minder glans. De kop en nek zijn uniform grijs, zonder duidelijke contrasten. De vleugels hebben een subtiele bruine tint aan de randen, die in de loop van de tijd vervagen. De borst en buik zijn lichtgrijs, met een zachte overgang naar de vleugels. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets lichter van kleur. De poten zijn grijs met een matte afwerking. De ogen zijn donkerbruin, omringd door een smalle, grijze oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een lichte, matte glans. De kop is donkerder bruin, met een vage streep over de ogen. De vleugels zijn bedekt met lichte vlekken en hebben een versleten uiterlijk. De borst en buik zijn lichter bruin, met een subtiele bandering. De snavel is kort en donkergrijs, met een lichte kromming. De poten zijn lichtgrijs en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtgrijs van kleur is. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.