Varzeadwergspecht

Picumnus varzeae

Log in om deze soort toe te voegen

De Varzeadwergspecht behoort tot het geslacht Picumnus binnen de familie van Spechten (Picidae).

De Varzea piculet is een kleine, inheemse vogel uit de familie van de spechten en komt alleen voor in het Amazoneregenwoud van Brazili�, met name in de jaarlijks overstromende v�rzea-bossen langs de Rio Madeira en in de regio �bidos. Deze vogelsoort verblijft het hele jaar in hetzelfde gebied en heeft een voorkeur voor natuurlijke, vochtige bossen die gerelateerd zijn aan het ritme van de rivieren. Zijn leefgebied staat onder druk door ontbossing en veranderingen in het rivierpeil, wat zijn al beperkte verspreiding verder bedreigt. Wat betreft gedrag en ecologie is er nog weinig bekend, maar vermoedelijk zijn de voedselgewoonten en het broedgedrag vergelijkbaar met andere kleine spechtensoorten, die vooral op onopvallende wijze tussen het dichte struikgewas leven.

Varzeadwergspecht
Varzea Piculet
Varzeazwergspecht
Picumne des varz�as

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Picumnus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit gestreepte kop met een rode kruin. De nek is grijsachtig met subtiele witte vlekken. De borst is lichtgrijs met een fijne, donkere bandering. De buik toont een gele tint met een lichte glans. Vleugels zijn donkerbruin met witte randen aan de dekveren. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. Poten zijn grijs met een gladde textuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbare zwart-wit gestreepte kop, maar zonder de rode kruin. De nek is iets lichter grijs dan bij de man. De borst heeft een subtiele, maar minder uitgesproken bandering. De buik is geelachtig, maar iets doffer dan bij de man. Vleugels zijn donkerbruin met minder contrasterende witte randen. De snavel is kort, zwart en recht. Poten zijn grijs en hebben een iets ruwere textuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een minder contrasterende koptekening met een vaag gestreept patroon. De nek is lichtgrijs met nauwelijks zichtbare vlekken. De borst is egaal grijs zonder duidelijke bandering. De buik is bleekgeel met een matte uitstraling. Vleugels zijn donkerbruin met onduidelijke witte randen. De snavel is kort, zwart en nog niet volledig ontwikkeld. Poten zijn grijs en hebben een gladde textuur.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is klein en lichtgrijs van kleur.