Visdief

Sterna hirundo

Log in om deze soort toe te voegen

De Visdief (synoniem: Visdiefje) behoort tot het geslacht Sterna binnen de familie van Sterns (Laridae).

Deze vogelsoort leeft in grote kolonies langs kusten en de oevers van grote meren in Europa, Azi�, Noord-Amerika en Noord-Afrika. Ze broeden op ge�soleerde zand- of kiezelstranden en jagen sociaal op vis door duikvluchten boven ondiep water. Buiten het broedseizoen migreren ze naar warmere gebieden, soms zo ver als Zuid-Amerika.

Visdief
Common Tern
Flu�seeschwalbe
Sterne pierregarin

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Sterna

Ringmaat

Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mm

Welzijnsadviezen

Sterns

Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
  • Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
  • Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een slanke, zwarte snavel met een rode basis. Zijn kop is zwart met een scherpe scheiding naar de witte nek. De bovenzijde is lichtgrijs, terwijl de onderzijde wit is. Vleugels zijn grijs met een lichte, zilverachtige glans. De staart is diep gevorkt en wit met grijze buitenste veren. Poten zijn felrood en kort. In de winter is de zwarte kap minder uitgesproken en de snavel donkerder.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets kortere snavel. Haar verenkleed is vergelijkbaar, met een zwarte kop en witte nek. De bovenzijde is eveneens lichtgrijs, met een subtiele glans. De onderzijde is wit, zonder opvallende markeringen. Vleugels zijn grijs met een lichte glans, vergelijkbaar met de man. De staart is diep gevorkt en wit, met grijze buitenste veren. Poten zijn rood, maar iets minder fel dan bij de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruinachtige tint op de bovenzijde, met lichte randen aan de veren. De kop is wit met een donkere oogstreep en een vage zwarte kap. De onderzijde is wit, maar met een grijze waas op de borst. Vleugels zijn grijs met bruine tinten en lichte randen. De snavel is donker met een lichtere basis. Poten zijn oranjeachtig, minder fel dan bij volwassen vogels. De staart is minder diep gevorkt en korter.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed met donkere vlekken. Hun snavel en poten zijn lichtgekleurd en nog niet volledig ontwikkeld.