Vogel
Vlekbekeend (indische)
Vlekbekeend (indische)
Anas poecilorhyncha poecilorhyncha
Log in om deze soort toe te voegenDe Vlekbekeend (indische) (Synoniem: Indische Vlekbekeend) behoort tot het geslacht Anas binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
De Indische vlekbekeend komt voor op het Indiase subcontinent, waaronder India en Sri Lanka. Het is een permanente bewoner van ondiepe wateren zoals meren met rijke vegetatie. Deze vogels zijn gregarieus en vormen buiten het broedseizoen kleine groepen. Ze voeden zich met zowel dierlijke als plantaardige voeding en zijn bekend om hun typische vlekken op de snavel en nek.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Anas
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Man:
Het mannetje heeft een bruin geschubd lichaam, met donkerbruine bovendelen en een lichter gebandeerde borst en flanken. De kop is lichtbruin met een donkere oogstreep en een lichtere wenkbrauwstreep. De snavel is zwart met een opvallende gele vlek aan de snavelpunt en een heldergele basisvlek op de bovensnavel. De vleugels tonen een iriserend groene speculum, omlijst met zwart en wit. De poten zijn oranjerood en de iris is roodbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje en moeilijk in het veld te onderscheiden. Zij is gemiddeld iets kleiner en matter gekleurd. De snaveltekening met zowel gele punt als gele basisvlek is hetzelfde, al kan de kleur minder fel zijn. Poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van kleur, met een minder contrasterende oogstreep en zwakkere tekening op borst en flanken. De snavel is donkergrijs met slechts een vaag gele tip en zonder duidelijke basisvlek. De poten zijn grauworanje tot grijsachtig en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en geelachtig aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichte wangen en kin. De snavel is klein en grijsgeel, de poten vleeskleurig en de iris donker.