Vlekbuiktandkwartel

Odontophorus balliviani

Log in om deze soort toe te voegen

De Vlekbuiktandkwartel behoort tot het geslacht Odontophorus binnen de familie van Boomkwartels, Tandkwartels (Odontophoridae).

Deze middelgrote kwartelsoort leeft in de subtropische bergbossen van de oostelijke Andes in zuidoostelijk Peru en westelijk Bolivia, meestal tussen 1000 en 3300 meter hoogte. Ze bewonen primair en secundair bos, evenals vochtige open plekken en kloven. Ze bewegen zich schichtig in kleine groepen op de bosbodem en voeden zich voornamelijk met zaden, bessen en insecten.

Vlekbuiktandkwartel
Stripe-faced Wood Quail
Streifengesichtwachtel
Tocro de Ballivian

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Amerikaanse kwartels (Odontophoridae)
Bird Genus
Odontophorus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Boomkwartels en tandkwartels

Boomkwartels en tandkwartels zijn voornamelijk grondbewonende vogels afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte vegetatie en vragen in de avicultuur om rustige, goed beplante volières met voldoende beschutting en zachte bodembedekking. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: grondgerichte volière (ca. 6–10 m² per paar, 2 m hoog) met zachte bodem (zand, aarde, bladeren) en dichte beplanting; droog nachthok of schuilruimte.
  • Klimaat: gevoelig voor kou en vocht; temperatuur > 10 °C; bij lage temperaturen verwarmd binnenverblijf; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedseizoen extra ruimte en schuilplekken tegen territoriaal gedrag.
  • Voeding: kwartel- of fazantenvoer met zaden, groenvoer (gras, bladgroen, groenten) en dierlijke eiwitten (insecten, meelwormen); altijd grit, zand en vers water.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem; rustige, schaduwrijke omgeving; overbezetting vermijden om stress te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Boomkwartels en tandkwartels

Man:
De man heeft een opvallend glanzend zwart verenkleed op de kop en nek. De borst is donkerbruin met subtiele zwarte vlekken. De buik toont een lichtere, roodbruine tint met fijne, donkere strepen. Vleugels zijn donker met lichte randen, wat een contrasterend patroon geeft. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een meer matte, donkerbruine kop en nek. De borst is lichtbruin met onregelmatige, donkere vlekken. De buik is bleker dan de borst, met een subtiele, gestreepte tekening. Vleugels zijn donkerbruin met lichtere, versleten randen. De snavel is iets lichter dan bij de man, met een rechte vorm. Poten zijn grijsbruin en iets robuuster. De iris is lichtbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een dofbruin verenkleed met een vage, gestreepte tekening op de borst. De buik is lichter, met een onregelmatige, gevlekte patroon. Vleugels zijn egaal bruin zonder duidelijke randen. De snavel is kort en grijsachtig, met een rechte vorm. Poten zijn lichtgrijs en glad. De iris is donker, zonder opvallende oogring. De kop is proportioneel groter ten opzichte van het lichaam.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed in een uniforme bruine kleur. De snavel is klein en lichtgrijs.