Vogel
Vlekkenduif
Vlekkenduif
Columba maculosa
Log in om deze soort toe te voegenDe Vlekkenduif behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze duif komt voor van centraal Peru tot zuidoostelijk Brazilië en zuidelijk tot Argentinië. Ze bewonen droge, halfopen gebieden en landbouwgrond. Hun dieet bestaat voornamelijk uit zaden. In Argentinië worden ze soms als landbouwplaag beschouwd doordat ze zonnebloemvelden aantasten. Ze zijn herkenbaar aan gevlekte vleugeldekveren.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columba
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een forse duif van circa 35-37 cm lengte. De kop en nek zijn blauwgrijs met een subtiele groenige glans op de achterhals. De borst is grijzig met een lichte roze- tot lila zweem, de buik vuilwit tot lichtgrijs. De rug en vleugels zijn donkergrijs, waarbij de vleugeldekveren duidelijke zwarte vlekken of stippen vertonen - een kenmerkend patroon dat de soort zijn naam geeft. De staart is middellang en afgerond, donkergrijs met een brede, lichtere eindband. De snavel is zwart met een hoornkleurige basis, de poten zijn rood, en de iris oranjerood, vaak omrand door een smalle bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en de borst is grijzer zonder uitgesproken roze of lila zweem. De vleugelvlekken zijn aanwezig, maar vaak minder contrastrijk. De snavel, poten en iris zijn gelijk van kleur aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en meer uniform bruingrijs. De borst is vaalgrijs tot bruin zonder roze zweem. De vleugels vertonen lichte randen en slechts vage vlekvorming. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris donker. Bij de eerste rui ontwikkelen zich de kenmerkende contrasterende vleugelvlekken en de subtiele glans op de nek.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsgelig dons. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen de eerste bruinige veren; de volwassen vleugelvlekken en subtiele halsglans ontwikkelen zich pas later.