Vogel
Wenkbrauwtinamoe
Wenkbrauwtinamoe
Crypturellus transfasciatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Wenkbrauwtinamoe behoort tot het geslacht Crypturellus binnen de familie van Tinamoes (Tinamidae).
De wenkbrauwtinamoe is een onopvallende grondvogel die voorkomt in de tropische droge bossen van westelijk Ecuador en noordwestelijk Peru. Hier leeft hij vooral op de bosbodem, waar hij zich voedt met vruchten, zaden, bladeren en kleine ongewervelden. Kenmerkend is het grijze tot bruine verenkleed met fijne zwarte markeringen, een witte keel en roze poten. Het mannetje broedt de eieren uit en zorgt voor de jongen, terwijl een volwassen vrouwtje zich met meerdere mannetjes kan paren. De soort is gevoelig voor habitatverlies en staat daarom op de Rode Lijst van de IUCN.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Stuithoenders (Tinamiformes)
- Bird Family
- Tinamoes (Tinamidae)
- Bird Genus
- Crypturellus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Tinamoes
Tinamoes zijn schuwe, grondbewonende vogels uit Midden- en Zuid-Amerika die leven in bossen, savannes en struikgebieden. Ze foerageren op de bodem en vertrouwen sterk op camouflage en beschutting. In de avicultuur vragen Tinamoes om rustige, dichtbeplante verblijven met zachte bodems en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: laag ingericht buitenverblijf met dichte begroeiing (20–30 m² per koppel); bodem van bosgrond of humus; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en rustig.
- Klimaat: subtropisch/tropisch; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen wind en zon.
- Sociaal: solitair of per koppel; stressgevoelig; rustige omgeving en visuele dekking essentieel.
- Voeding: zaden, fruit, groenvoer en insecten; wildzaadmengsel en universeelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: dichte schuilplekken noodzakelijk; broednest op de grond tussen vegetatie; dagelijkse hygiëne en rustige ligging bevorderen welzijn.
Man:
De man heeft een overwegend bruin verenkleed met een subtiele roodachtige tint op de rug. De kop is donkerder met een lichte streep boven de ogen, die een scherp contrast vormt. De borst is egaal bruin, terwijl de buik een lichtere, bijna cr�mekleurige tint heeft. De vleugels vertonen een fijne bandering met donkere en lichtere strepen. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris met een nauwelijks zichtbare oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een meer gedempte roodachtige tint. De kop is iets lichter, met een minder uitgesproken streep boven de ogen. De borst en buik zijn uniform bruin, zonder de lichtere tinten van de man. De vleugels hebben een subtiele bandering, minder contrasterend dan bij de man. De snavel is iets korter en donkergrijs van kleur. De poten zijn lichtgrijs met een iets ruwere structuur. De ogen hebben een donkerbruine iris met een dunne, lichte oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme bruine kleur over het hele lichaam. De kop is minder contrasterend, zonder de duidelijke streep boven de ogen. De borst en buik zijn egaal bruin, zonder de lichtere tinten van volwassen vogels. De vleugels vertonen een vage bandering, nauwelijks zichtbaar. De snavel is kort en donkergrijs, met een rechte vorm. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat een uniforme bruine kleur heeft. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog in ontwikkeling.