Vogel
Westelijke rifreiger
Westelijke rifreiger
Egretta gularis
Log in om deze soort toe te voegenDe Westelijke rifreiger behoort tot het geslacht Egretta binnen de familie van Reigers (Ardeidae).
Deze middelgrote reiger leeft voornamelijk langs tropische kusten in West-Afrika, de Rode Zee, de Perzische Golf en delen van Zuid-Azi�. Hij komt voor op rotsachtige en zanderige stranden, mangrovemoerassen en slikken. Deze vogel jaagt actief in ondiep water en speelt een belangrijke rol in het ecosysteem door insecten en kleine dieren te eten, wat bijdraagt aan natuurlijke plaagbestrijding.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
- Bird Family
- Reigers (Ardeidae)
- Bird Genus
- Egretta
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Reigers
Reigers zijn wadvogels die voorkomen in waterrijke gebieden met ondiep water, moerassen en rietvelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met voldoende water, visrijke voeding en veilige rustplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (10–40 cm) en zacht aflopende oevers met gras, zand of riet; hoge zitplaatsen (takken, platforms) voor rust; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: gematigde soorten winterhard op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
- Sociaal: leven solitair of in losse kolonies; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en visuele afscheiding nodig; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, voorn, forel); aanvullen met insecten, garnalen, mosselen of watervogelpellets; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; beschutting voor schuwe soorten; scherpe randen vermijden om verenkleed te beschermen.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een overwegend donkergrijs verenkleed met een subtiele blauwe glans. De kop en nek zijn iets lichter van kleur, met een duidelijke overgang naar de donkerdere borst. De vleugels hebben een uniforme kleur, zonder opvallende markeringen of vlekken. De snavel is lang en slank, met een donkere kleur die naar de punt toe iets lichter wordt. De poten zijn zwart met een lichte, bijna groene tint aan de bovenkant. De iris is geel, wat een scherp contrast vormt met de donkere veren rond het oog. De veren zijn over het algemeen glad en goed onderhouden, zonder zichtbare slijtage.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets doffere tint. De kop en nek zijn minder contrasterend met de rest van het lichaam. De vleugels zijn egaal van kleur, zonder opvallende patronen of strepen. De snavel is iets korter en dikker dan die van de man, met een vergelijkbare kleuring. De poten zijn donkergrijs, met een subtiele groene gloed aan de bovenkant. De iris is geel, maar iets minder fel dan bij de man. De veren zijn iets minder glanzend, met een matte afwerking.
Juveniel:
Juvenielen hebben een lichter grijs verenkleed met een bruine tint, vooral op de vleugels. De kop en nek zijn minder duidelijk afgebakend van de rest van het lichaam. De snavel is korter en dikker, met een lichtere kleur aan de basis. De poten zijn grijs met een lichte, bijna gelige tint. De iris is bleekgeel, wat minder opvalt dan bij volwassen vogels. De veren zijn vaak pluiziger en minder strak, met zichtbare slijtage aan de randen. De algehele uitstraling is minder glanzend en meer mat.
Kuiken:
Kuikens hebben een donzig, lichtgrijs verenkleed met een zachte textuur. De snavel en poten zijn bleekgeel, zonder duidelijke markeringen.