Vogel
Whartons muskaatduif
Whartons muskaatduif
Ducula whartoni
Log in om deze soort toe te voegenDe Whartons muskaatduif behoort tot het geslacht Ducula uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze grote duif komt alleen voor op het tropische Christmaseiland en leeft voornamelijk in het dichte bladerdak van het binnenplateau en aangeplante tropische bossen. Als vruchtetende vogel speelt ze een belangrijke rol in de zaadverspreiding en bootst haar zachte koerende geluiden na. Ze broedt vaak kolonievormend en legt één glanzend wit ei per legsel.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Ducula
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een grote, zwaar gebouwde vruchtenduif van circa 40-42 cm lengte. De kop en nek zijn lichtgrijs tot zilverachtig, vaak met een zachte blauwige glans. De borst is bleekgrijs met een subtiele lila- of purperen zweem, de buik vuilwit tot lichtgrijs. De rug en vleugels zijn donkergrijs tot leigrijs, waarbij de schouderveren soms een groenige of bronzen glans vertonen. De staart is breed en middellang, donkergrijs met een contrasterende, lichtere eindband. De snavel is hoornkleurig met een grijzige basis, de poten zijn rood, en de iris is oranjerood tot geel, meestal met een smalle bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en mist vaak de subtiele purperen zweem op de borst. De rug en vleugels zijn matter van tint. De snavel, poten en iris zijn gelijk van kleur aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en meer uniform bruinachtig grijs. De borst is vaalgrijs tot lichtbruin zonder lila zweem, de buik vuilwit. De bovenzijde vertoont brede lichte veerranden die een geschubd patroon geven. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris zeer donker. Bij de eerste rui ontwikkelen zich de subtiele glanskleuren en de contrasterende staartband van adulten.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsgelig dons. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen eerst de grijsbruine veren, waarna de karakteristieke grijze kop, borstzweem en staartband zich later ontwikkelen.