Vogel
Witborstduif
Witborstduif
Columba leucomela
Log in om deze soort toe te voegenDe Witborstduif behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze middelgrote duif komt voor langs de oostkust van Australië, van Queensland tot zuidelijk Nieuw-Zuid-Wales en wordt steeds vaker gezien in oostelijk Victoria. Ze bewonen vooral tropische en subtropische regenwouden, dichte bossen en gebieden met aangeplante bomen zoals de kamferlaurier. Ze foerageren vaak in bomen en kunnen in kleine groepen voorkomen, waarbij ze zich voeden met vruchten en zaden. Het nest wordt hoog in de boomkruinen gebouwd en het broedseizoen ligt voornamelijk tussen oktober en december.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columba
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een forse duif van circa 38-40 cm lengte, goed herkenbaar door het contrastrijke verenkleed. De kop, nek en borst zijn diep zwart met een groene tot paarse iriserende glans. De buik is wit, scherp afstekend tegen de donkere bovenzijde. De rug en vleugels zijn eveneens zwart met glanzende schouders, terwijl de bovenvleugeldekveren fijn wit gespikkeld zijn. De staart is middellang en afgerond, zwart met een brede, lichtere eindband. De snavel is zwart, de poten zijn donkerrood, en de iris is rood tot oranjerood, vaak met een smalle, bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en minder contrastrijk. De iriserende glans op de hals en schouders is minder uitgesproken, en de witte tekening op de vleugels kan beperkter zijn. Snavel, poten en iris zijn gelijk van kleur aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en bruinzwart van tint. De borst is donkerbruin zonder uitgesproken glans, en de vleugeldekveren hebben bredere lichte randen die een geschubd effect veroorzaken in plaats van witte spikkels. De buik is vuilwit. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris donker. Bij de eerste rui ontwikkelen zich de glans en het scherpe contrast van adulten.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, donkergrijs dons. De snavel is kort en zwartgrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen de eerste bruinige veren; de scherpe zwart-witte contrastering ontwikkelt zich pas later.