Vogel
Witborststeltral
Witborststeltral
Mesitornis variegatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Witborststeltral behoort tot het geslacht Mesitornis binnen de familie van Steltrallen (Mesitornithidae).
Deze vogel is endemisch voor Madagaskar en komt voor in de droge bossen en laaglandregenwouden van het noorden, westen en oosten van het eiland. Hij leeft vooral op de grond en is zelden in bomen te zien. De vogel is monogaam en bouwt een eenvoudig nest van takjes in een struik of op een lage tak. Hij is actief overdag en voedt zich met insecten, zaden en kleine ongewervelden. Het dier is sociaal en roept regelmatig met melodieuze geluiden, vooral bij territoriumverdediging. Door habitatverlies is de populatie in aantal afgenomen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltrallen (Mesitornithiformes)
- Bird Family
- Steltrallen (Mesitornithidae)
- Bird Genus
- Mesitornis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Steltrallen
Steltrallen zijn zeldzame, grondbewonende vogels die uitsluitend voorkomen op Madagaskar. Ze leven in dichte bosgebieden en zoeken hun voedsel tussen bladstrooisel en lage vegetatie. In de avicultuur vragen Steltrallen om rustige, dichtbeplante verblijven met zachte bodems, veel schuilgelegenheid en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: laag ingericht, dichtbeplant buitenverblijf (25–35 m² per koppel); bodem van bosgrond of humus; veel schuilplekken; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en rustig.
- Klimaat: subtropisch; temperatuur 18–26 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen wind en zon.
- Sociaal: solitair of per koppel; schuw en stressgevoelig; rustige omgeving en visuele dekking essentieel.
- Voeding: insecten, larven, wormen en klein fruit; insectenvoer en universeelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: dichte schuilplekken noodzakelijk; broednest op de grond tussen vegetatie; dagelijkse hygiëne en rustige ligging bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De mannelijke vogel heeft een overwegend bruin verenkleed met een subtiele roodachtige tint. De kop is donkerder met een lichte streep boven de ogen. De nek en borst zijn lichter, met een geleidelijke overgang naar de buik. De vleugels vertonen een patroon van lichte en donkere vlekken. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. De poten zijn grijsachtig en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, wat contrasteert met de lichte oogring.
Vrouw:
De vrouwelijke vogel heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken kleuren. De kop is iets lichter, met een minder duidelijke streep boven de ogen. De borst en buik zijn egaler van kleur, zonder duidelijke overgangen. De vleugels hebben een subtieler vlekkenpatroon dan bij de man. De snavel is iets lichter van kleur, maar behoudt dezelfde vorm. De poten zijn eveneens grijsachtig, maar iets dunner. De iris is donkerbruin, met een minder opvallende oogring.
Juveniel:
Juveniele vogels hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme bruine kleur. De kop mist de duidelijke streep die bij volwassen vogels zichtbaar is. De borst en buik zijn egaal bruin, zonder kleurvariaties. De vleugels hebben een minder uitgesproken vlekkenpatroon. De snavel is kort en grijs, met een lichte kromming. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed zonder duidelijke patronen. De snavel is kort en lichtgrijs.