Vogel
Witbuikzandhoen
Witbuikzandhoen
Pterocles alchata
Log in om deze soort toe te voegenDe Witbuikzandhoen behoort tot het geslacht Pterocles binnen de familie van Zandhoenders (Pteroclidae).
Deze vogel komt voor in droge, open gebieden zoals steenachtige vlaktes en semi-aride streken in Noord-Afrika, het Midden-Oosten en delen van Zuid-Europa. Hij leeft vooral in het droge binnenland, waar hij op zoek gaat naar zaden en andere plantenresten. Kenmerkend is zijn gregarische gedrag: hij vliegt vaak in groepen naar drinkplaatsen, vooral rond zonsopgang. Het nest wordt aangelegd op de grond en bevat meestal twee tot drie eieren, die door beide ouders worden uitgebroed. De vogel is een deeltijdse trekkende soort, waarbij sommige populaties in de winter naar mildere gebieden trekken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Zandhoenders (Pterocliformes)
- Bird Family
- Zandhoenders (Pteroclidae)
- Bird Genus
- Pterocles
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Zandhoenders
Zandhoenders zijn gespecialiseerde vogels van droge en open landschappen, waar zij leven van zaden en dagelijks water opzoeken. Ze zijn uitstekend aangepast aan hete, droge omstandigheden en broeden op open grond. In de avicultuur vragen Zandhoenders om ruime, droge verblijven met open zichtlijnen, zandige bodems en een stabiel klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: open, droog buitenverblijf (40–60 m² per koppel); zand- of kleibodem; kale foerageerzones; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en tochtvrij.
- Klimaat: droog en gematigd tot warm; temperatuur 10–30 °C; bescherming tegen regen en kou essentieel.
- Sociaal: solitair of per koppel; schrikgevoelig; rustige, overzichtelijke omgeving noodzakelijk.
- Voeding: zadenmengsel, grit en mineralen; aanvullend groenvoer; dagelijks vers drinkwater beschikbaar.
- Overig: stofbadmogelijkheid essentieel; broednest op open bodem; dagelijkse controle en rustige ligging bevorderen welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallend kleurrijk verenkleed met een glanzende groene kop en nek. De borst is lichtgeel met een duidelijke zwarte band. De buik is wit en contrasteert sterk met de rest van het lichaam. De vleugels zijn zandkleurig met fijne zwarte streepjes en een lichte glans. De rug is bruin met een subtiele groene tint, die in de zon opvalt. De snavel is kort en grijs, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn grijs en hebben een gladde structuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte kleurstelling met een overwegend zandkleurig verenkleed. De kop en nek zijn lichtbruin met een matte afwerking. De borst is lichtgeel zonder de zwarte band van de man. De buik is wit, maar minder contrasterend dan bij de man. De vleugels zijn bruin met fijne zwarte streepjes en een matte uitstraling. De snavel is kort en grijs, zonder opvallende was. De poten zijn grijs en hebben een ruwe textuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een matte afwerking. De kop en nek zijn lichtbruin met subtiele streepjes. De borst is lichtgeel met een vage bandering. De buik is wit, maar minder helder dan bij volwassen vogels. De vleugels zijn bruin met fijne zwarte streepjes en een matte uitstraling. De snavel is kort en grijs, zonder wasachtige basis. De poten zijn grijs en hebben een gladde structuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat overwegend lichtbruin is. De poten zijn roze en hebben een gladde textuur.