Vogel
Witkeelboomkwartel
Witkeelboomkwartel
Dendrortyx leucophrys
Log in om deze soort toe te voegenDe Witkeelboomkwartel behoort tot het geslacht Dendrortyx binnen de familie van Boomkwartels, Tandkwartels (Odontophoridae).
De witkeelbospatrijs is een vogel uit de familie Odontophoridae die voorkomt in bossen en bosranden van Zuid-Mexico tot Costa Rica, met een duidelijke voorkeur voor vochtige bergbossen op hoogtes tot 2800 meter. De soort leeft doorgaans in groepjes, foerageert op de bosbodem en is schuw, waarbij hij bij verstoring snel de dekking opzoekt. In 2019 werd de wereldpopulatie geschat op 50.000 tot 500.000 exemplaren en de soort staat als �niet bedreigd� op de Rode Lijst van de IUCN.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Amerikaanse kwartels (Odontophoridae)
- Bird Genus
- Dendrortyx
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Boomkwartels en tandkwartels
Boomkwartels en tandkwartels zijn voornamelijk grondbewonende vogels afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte vegetatie en vragen in de avicultuur om rustige, goed beplante volières met voldoende beschutting en zachte bodembedekking. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: grondgerichte volière (ca. 6–10 m² per paar, 2 m hoog) met zachte bodem (zand, aarde, bladeren) en dichte beplanting; droog nachthok of schuilruimte.
- Klimaat: gevoelig voor kou en vocht; temperatuur > 10 °C; bij lage temperaturen verwarmd binnenverblijf; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedseizoen extra ruimte en schuilplekken tegen territoriaal gedrag.
- Voeding: kwartel- of fazantenvoer met zaden, groenvoer (gras, bladgroen, groenten) en dierlijke eiwitten (insecten, meelwormen); altijd grit, zand en vers water.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; rustige, schaduwrijke omgeving; overbezetting vermijden om stress te voorkomen.
Man:
De man heeft een overwegend donkerbruin verenkleed met een subtiele groene glans. De kop is donkerder met een lichte streep boven de ogen. De nek en borst zijn iets lichter met een fijne, grijze bandering. De vleugels tonen een contrasterende kastanjebruine tint met lichte randen. De buik is egaal donkerbruin zonder opvallende markeringen. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte bruine kleur met een matte afwerking. De kop is minder contrasterend, met een subtiele, lichte oogstreep. De nek en borst zijn lichtbruin met een fijne, donkere bandering. De vleugels hebben een minder uitgesproken kastanjebruine tint. De buik is lichtbruin met een vage, donkere vlekken. De snavel is donkergrijs en iets slanker dan die van de man. De poten zijn lichtgrijs met een iets ruwe textuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend lichtbruin verenkleed met een matte uitstraling. De kop is egaal bruin zonder duidelijke markeringen. De nek en borst zijn lichtbruin met een subtiele, donkere bandering. De vleugels zijn lichtbruin met een vage, kastanjebruine tint. De buik is egaal lichtbruin zonder opvallende vlekken. De snavel is lichtgrijs en recht. De poten zijn bleekgrijs met een gladde textuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed in een lichtbruine kleur. De snavel en poten zijn lichtgrijs en delicaat.