Vogel
Witkeelduif
Witkeelduif
Columba vitiensis halmaheira
Log in om deze soort toe te voegenDe Witkeelduif behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
De witkeelduif is een vogel uit de familie van duiven die voorkomt in de Maleisisch-Pacifische regio. Deze duif leeft in bossen en heeft een opvallende verschijning met een witte keel en een donkergrijze, metaalglanzende rug. Het gedrag van deze vogels omvat het zoeken naar voedsel in de bomen en hetalian van tabijsachtige geluiden. Ze zijn niet bedreigd en komen voor in een breed gebied van de Molukken tot Nieuw-Guinea en de Salomonseilanden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columba
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een forse duif van circa 37-39 cm lengte, met een krachtig en contrastrijk voorkomen. De kop en nek zijn blauwgrijs, waarbij de achterhals een subtiele groenige tot paarse glans vertoont. De borst is lichter grijs met een zachte lila- of wijnkleurige zweem, de buik vuilwit tot lichtgrijs. De rug en vleugels zijn donkergrijs met een zijdeachtige glans, soms met een groenige weerschijn op de schouderveren. De staart is middellang, donkergrijs met een brede, lichtere eindband. De snavel is zwart met een hoornkleurige washuid, de poten zijn rood, en de iris oranjerood tot geelachtig, vaak met een smalle, bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner en minder contrastrijk. De borst is grijzer zonder duidelijke lila zweem, en de glans op de nek is zwakker. De rug en vleugels zijn matter van kleur. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en bruiner van tint. De borst is vaalgrijs tot lichtbruin, de buik vuilwit. De bovenzijde vertoont lichte randen op de vleugelveren die een geschubd patroon veroorzaken. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris zeer donker. Bij de eerste rui ontwikkelen zich de iriserende glans en de subtiele borstzweem van adulten.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsgelig dons. De snavel is klein en donkergrijs met een bleke washuid, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen de eerste bruinige veren, waarna later de blauwgrijze kop en de contrasterende borstkleuren zich ontwikkelen.