Witkeeldwergral

Laterallus albigularis

Log in om deze soort toe te voegen

De Witkeeldwergral behoort tot het geslacht Laterallus binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).

De witkeeldwergral is een slanke vogel uit de familie van de Rallen, die voorkomt van Nicaragua tot Ecuador. Hij bewoont vochtige gebieden zoals moerassen en natte weiden. De vogel is schuw en veelal alleen te horen, maar in de zeldzame gevallen dat hij zich laat zien, is hij een opvallende verschijning met een roodbruine borst en een zwarte en witte buik. Zijn habitats zijn belangrijk voor zijn overleving, aangezien deze vogel vooral inumuurt in dichte vegetatie.

Witkeeldwergral
White-throated Crake
Wei�kehlralle
R�le � menton blanc

Taxonomische indeling

Bird Order
Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
Bird Family
Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
Bird Genus
Laterallus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Rallen en koeten

Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
  • Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
  • Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
  • Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Rallen Koeten

Man:
De man heeft een opvallend witte keel die sterk contrasteert met de grijze borst. De bovenzijde is donkerbruin met een subtiele olijfgroene glans. De vleugels zijn donkerder met lichte randen, wat een versleten indruk kan geven. De buik is lichtgrijs met een geleidelijke overgang naar de flanken. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrasterende witte keel dan de man. Haar borst is iets lichter grijs, met een subtiele bruine tint. De bovenzijde is eveneens donkerbruin, maar met minder glans dan bij de man. De vleugels hebben een vergelijkbare donkere kleur met lichtere randen. De buik is lichtgrijs, maar met een iets warmere ondertoon. De snavel is kort en zwart, vergelijkbaar met die van de man. De poten zijn grijsachtig, maar iets lichter van kleur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een minder uitgesproken witte keel, vaak met een grijsachtige waas. De borst is lichtgrijs met een vage bruine tint. De bovenzijde is donkerbruin, maar mist de olijfgroene glans van de volwassen vogels. De vleugels zijn donker met onregelmatige lichte randen. De buik is grijs met een subtiele bruine ondertoon. De snavel is kort en donkergrijs, met een minder uitgesproken kromming. De poten zijn lichtgrijs met een matte afwerking.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed. Hun snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.