Vogel
Wongaduif
Wongaduif
Leucosarcia melanoleuca
Log in om deze soort toe te voegenDe Wongaduif behoort tot het geslacht Leucosarcia uit de familie van duiven (Columbidae)
.
De wongaduif is een grote, compacte, bodembewonende duif die voorkomt in de bossen van oostelijk Australië, van Queensland tot Victoria, met een voorkeur voor regenwoud, dichte kustbossen en struikgebieden. Hij leeft voornamelijk op de bosbodem, waar hij zoekt naar zaden, gevallen vruchten en af en toe insecten, vaak op vaste looppaden die hij herhaaldelijk gebruikt. Deze vogel is bekend om zijn monotone, luidruchtige roep en bouwt zijn nest hoog in bomen, waar beide ouders de eieren uitbroeden en voor de jongen zorgen. De wongaduif is monogaam, verdedigt zijn broedgebied en gebruikt bij verstoring een opvallende 'verstoppositie' door zijn staart op te richten en over zijn rug heen te kijken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Leucosarcia
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een forse, grondbewonende duif van circa 40-42 cm lengte met een gedrongen bouw. De kop en nek zijn grijs, de keel vuilwit. De borst is lichtgrijs met een duidelijke zwarte band dwars over de bovenborst. De buik en flanken zijn vuilwit, vaak met zwarte lengtestrepen die een contrasterend patroon vormen. De rug en vleugels zijn donkergrijsbruin met een fijne geschubde tekening door lichtere veerranden. De staart is lang en afgerond, donkergrijs met brede lichtere eindbanden. De snavel is zwart, de poten donkerrood, en de iris roodachtig tot bruinrood.
Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed zeer gelijk aan het mannetje, maar doorgaans iets kleiner en met mattere tinten. De zwarte borstband is vaak iets smaller of minder scherp afgetekend. De iris is wat doffer roodbruin. De snavel en poten zijn identiek van kleur aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn bruiner en doffer van tint, met een meer uniforme borst die de duidelijke zwarte band mist. De onderzijde is vuilwit met vage bruine streping in plaats van zwart. De rug en vleugels hebben bredere lichte randen, wat een geschubd effect geeft. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris donker. De karakteristieke borstband ontwikkelt zich pas bij de eerste rui.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons dat uitstekende camouflage biedt tegen de bosbodem. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het opgroeien verschijnen eerst eenvoudige bruine veren, waarna later de zwarte borstband en de gestreepte flanken ontwikkelen.