Vogel
Zapataral
Zapataral
Mustelirallus cerverai
Log in om deze soort toe te voegenDe Zapataral behoort tot het geslacht Mustelirallus binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
Deze zeldzame vogel komt alleen voor in de uitgestrekte moerassen van het Zapata-schiereiland op Cuba, waar hij leeft in dichtbegroeide riet- en zeggevegetatie. Met zijn korte vleugels is hij vrijwel niet in staat om te vliegen, waardoor hij vooral rondkruipt tussen de natte graspollen. Over zijn ecologie is weinig bekend, maar men vermoedt dat hij zich schuilhoudt in de vegetatie, waar hij insecten en kleine waterdiertjes zoekt. Door zijn verborgen leefwijze en het beperkte verspreidingsgebied is deze kraanvogelachtige zeer kwetsbaar.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Mustelirallus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Man:
De man heeft een overwegend olijfbruin verenkleed met een subtiele groene glans. De kop en nek zijn donkerder, met een lichte grijze tint op de wangen. De borst is egaal bruin, terwijl de buik een lichtere, bijna cr�mekleurige ondertoon heeft. Vleugels vertonen een fijn patroon van donkere en lichte strepen. De snavel is kort en stevig, met een geelgroene basis en een donkere punt. Poten zijn grijsachtig met een lichtgroene schijn. De iris is helder rood, wat een opvallend contrast vormt met de rest van het verenkleed.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop en nek zijn iets lichter, met een subtiele bruine tint. De borst is lichtbruin, geleidelijk overgaand in een cr�mekleurige buik. Vleugels hebben een minder uitgesproken streeppatroon dan bij de man. De snavel is iets slanker, met een meer uniforme groene kleur. Poten zijn lichtgrijs met een subtiele groene tint. De iris is donkerder rood, wat minder contrasteert met het verenkleed.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruin-grijze tint. De kop en nek zijn egaal bruin zonder de glans van volwassen vogels. De borst en buik zijn lichtbruin met een vage cr�mekleurige ondertoon. Vleugels vertonen een onregelmatig patroon van lichte en donkere vlekken. De snavel is kort en grijsachtig met een donkere punt. Poten zijn grijs met een lichte groene schijn. De iris is donkerbruin, wat minder opvalt dan bij volwassenen.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, egaal bruin verenkleed. De snavel en poten zijn lichtgrijs van kleur.