Vogel
Zebraduifje
Zebraduifje
Geopelia striata
Log in om deze soort toe te voegenDe Zebraduifje behoort tot het geslacht Geopelia uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze kleine duif komt oorspronkelijk voor in Zuidoost-Azië en leeft voornamelijk in open gebieden zoals landbouwgrond, tuinen en stedelijke omgevingen. Ze voeden zich vooral met zaden op de grond en staan bekend om hun zachte, ritmische koerende geluiden. Vaak zijn ze in paren te zien en vertonen territoriaal gedrag, vooral tijdens het broedseizoen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Geopelia
Ringmaat
Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een kleine, slanke duif van circa 20-23 cm lengte. De kop en nek zijn lichtgrijs met een subtiele blauwige tint. De keel is witachtig en gaat over in de grijs getekende borst. Kenmerkend is het fijn gestreepte patroon van zwarte en grijze dwarsbandjes dat zich uitstrekt over borst, flanken, rug en vleugels. De buik is vuilwit. De staart is lang en smal, donkergrijs in het midden met lichtere buitenste pennen. De snavel is donkergrijs, de poten roze tot roodachtig, en de iris geel tot oranjebruin, omringd door een opvallende, lichtblauwe oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en doffer van tint. De borst kan minder contrastrijk gestreept zijn. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en bruiner van tint. Het fijne streeppatroon is minder duidelijk en kan onregelmatig zijn. De borst is vaalgrijsbruin, de buik vuilwit. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris donkerbruin. De blauwe oogring is bij jonge vogels nog niet ontwikkeld en verschijnt pas later.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen de eerste bruine veren; het kenmerkende streeppatroon en de blauwe oogring ontwikkelen zich pas later.