Vogel
Zilverbekje
Zilverbekje
Euodice cantans
Log in om deze soort toe te voegenHet Zilverbekje behoort tot het geslacht Euodice binnen de familie van Prachtvinken (Estrildidae).
Deze kleine zangvogel komt wijdverspreid voor in droge savannen, halfwoestijnen en dorre landschappen met doornstruiken, vooral zuidelijk van de Sahara. Hij is vaak te vinden in gebieden met lichte bossen, droge graslanden en acaciawouden, maar ook in cultuurgronden, tuinen en parken in de buurt van menselijke nederzettingen. De vogel is sociaal en leeft meestal in groepen, voedt zich voornamelijk met zaden en is bekend om zijn zang en vriendelijke gedrag. Hij is een standvogel en broedt meestal aan het einde van de regentijd, wanneer er voldoende voedsel beschikbaar is voor de jongen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Zangvogels (Passeriformes)
- Bird Family
- Prachtvinken (Estrildidae)
- Bird Genus
- Euodice
Ringmaat
Man 2.7 mm Vrouw 2.7 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Man:
De man heeft een overwegend grijsbruin verenkleed met een lichte onderzijde. De kop is iets donkerder met een subtiele glans. De vleugels en staart zijn donkerder bruin met lichte randen. De snavel is kegelvormig en zwart van kleur. De poten zijn lichtgrijs en glad van structuur. De ogen hebben een donkere iris met een onopvallende oogring. In het broedseizoen kan de borst een iets warmere tint vertonen.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar grijsbruin verenkleed als de man, maar iets doffer. De kop en nek zijn egaal van kleur zonder glans. De vleugels en staart zijn donkerbruin met minder uitgesproken lichte randen. De snavel is eveneens kegelvormig, maar iets lichter van kleur. De poten zijn grijs en hebben een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris met een subtiele oogring. Er is weinig seizoensgebonden kleurverandering zichtbaar.
Juveniel:
Juvenielen hebben een egaler bruin verenkleed zonder de glans van volwassen vogels. De kop en nek zijn uniform bruin zonder duidelijke contrasten. De vleugels en staart zijn donkerder met versleten lichte randen. De snavel is kegelvormig en grijsachtig van kleur. De poten zijn lichtgrijs en vertonen een gladde structuur. De ogen hebben een donkere iris zonder opvallende oogring. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze meer contrast in het verenkleed.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgekleurd.