Zomertortel (afrikaanse)

Streptopelia turtur rufescens

Log in om deze soort toe te voegen

De Zomertortel (afrikaanse) behoort tot het geslacht Streptopelia uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze ondersoort leeft in Egypte, voornamelijk in oases en langs de Nijlvallei, waar zij broedt in struikrijke gebieden en kleinschalig cultuurlandschap. Ze voedt zich met zaden en vertoont schuw, monogaam gedrag. Tijdens de trek verblijft ze in Afrika, waar ze ook overwintert.

Zomertortel (afrikaanse)
European Turtle Dove (rufescens)
Tourterelle des bois (rufescens)

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Streptopelia

Ringmaat

Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een sierlijke, middelgrote tortelduif van circa 26-28 cm lengte. De kop en nek zijn lichtgrijs, de keel vuilwit. De borst is zacht roze tot rozerood, de buik vuilwit. De rug en vleugels zijn warm roodbruin met donkere schubvormige tekening op de dekveren, kenmerkend voor de soort. Op de zijkanten van de nek bevinden zich korte, zwarte strepen die contrasteren met de lichtere hals. De staart is middellang, donkergrijs in het midden met brede, witte buitenste pennen. De snavel is donkergrijs, de poten rood, en de iris oranjerood met een smalle, bleke oogring.

Vrouw:
Het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner en minder contrastrijk. De roze zweem op de borst is lichter en de vleugeltekening valer. De strepen op de hals zijn vaak smaller of minder scherp. Snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en meer uniform bruin van kleur. De borst is vaalbruin zonder roze tint, de buik vuilwit. De rug en vleugels hebben brede, lichtere randen die een geschubd patroon geven, maar de tekening is minder uitgesproken dan bij adulten. De kenmerkende zwarte nekstrepen ontbreken nog of zijn slechts zwak zichtbaar. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot bruinrood, en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons. De snavel is klein en donkergrijs met een bleke washuid, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen de eerste eenvoudige bruine veren; de roze borst en contrasterende nekstrepen ontwikkelen zich pas later.