Vogel
Zomertortel (europese)
Zomertortel (europese)
Streptopelia turtur
Log in om deze soort toe te voegenDe Zomertortel (europese) behoort tot het geslacht Streptopelia uit de familie van duiven (Columbidae)
.
De zomertortel is een sierlijke, bedreigde zangvogel die vooral in Europa broedt en na het broedseizoen naar het zuiden van de Sahara trekt voor de winter. Je vindt hem in open landschappen, houtwallen, heggen en akkerranden waar hij op de grond zoekt naar zaden en granen. Het geluid is een karakteristieke, rollende 'koer-koer' en het vleugelkleed draagt opvallende schubachtige patronen. Deze soort is schuw, nestelt in dichte struiken en vormt een paar voor het leven, maar de populaties nemen sterk af door intensieve landbouw en jacht in het overwinteringsgebied.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Streptopelia
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje, de zomertortel, is een slanke duif van circa 26-28 cm lengte met een karakteristieke tekening. De kop en nek zijn blauwgrijs, met aan weerszijden van de hals een opvallend zwart-wit gestreept vlekje. De borst is zacht roze tot licht paarsachtig, de buik vuilwit. De rug en bovenvleugels zijn warm kastanjebruin met zwart getekende dekveren die een geschubd effect geven. De staart is middellang, donker met brede witte zijpennen en een witte eindband die in vlucht contrasterend zichtbaar is. De snavel is zwartgrijs, de poten roodachtig, en de iris oranjerood met een smalle, bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is gemiddeld iets kleiner en doffer van kleur. De borst is bleker roze, de rug matter kastanjebruin. Het halsvlekje is doorgaans minder contrastrijk. De overige kenmerken zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen missen de zwarte halsvlekken en de roze gloed op de borst. Ze zijn overwegend vaalbruin, met bredere lichte randen op de vleugeldekveren die een uitgesproken geschubd patroon opleveren. De borst is vuilbruin, de buik vuilwit. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris donker. Pas bij de eerste rui verschijnen de roze borst en de kenmerkende halsvlekken.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen hebben ze een eenvoudig, vaal juveniel kleed; de volwassen kleurschakeringen en het halsvlekje ontwikkelen zich later.