Vogel
Zuidelijke Kaalkopibis
Zuidelijke Kaalkopibis
Geronticus calvus
Log in om deze soort toe te voegenDe Zuidelijke Kaalkopibis (Synoniem: Kaapse ibis) behoort tot het geslacht Geronticus uit de familie van Ibissen en Lepelaars (Threskiornithidae).
Deze opvallende vogel komt alleen voor in het zuidoosten van Zuid-Afrika, Lesotho en Swaziland, waar hij leeft op hooggelegen graslanden, rotsachtige hellingen en soms in halfwoestijnen. Zijn leefgebied kenmerkt zich door korte vegetatie, vaak na brand of maaien, waar hij als alleseter insecten, wormen, kleine kikkers en zelfs aas zoekt. Hij broedt in kolonies op steile rotswanden en mijdt moerassen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
- Bird Family
- Ibissen en lepelaars (Threskiornithidae)
- Bird Genus
- Geronticus
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Ibissen en lepelaars
In de avicultuur vraagt deze soort om een ruime volière met waterpartijen, veilige broedgelegenheden en een gevarieerd dieet.
De volgende punten kunnen als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:
- Huisvesting: ruime volière (ca. 20–30 m² per paar, ± 3 m hoog) met vijver of waterpartij en beplanting; nestplatforms of takkenbossen voor broed.
- Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer).
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om agressie te beperken.
- Voeding: watervogelpellets aangevuld met vis, weekdieren, garnalen, insecten; eventueel plantaardig materiaal.
- Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; vijvers regelmatig verversen of doorstromen.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend zwart verenkleed met een groene en paarse glans op rug, vleugels en borst. De kop en nek zijn kaal en rood, zonder veren, en vormen een karakteristiek opvallend contrast met het donkere lichaam. De snavel is lang, licht gebogen en zwart van kleur. De poten zijn zwart en lang, geschikt om te waden of op rotsachtige ondergrond te lopen. De iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde glanzende zwarte verenkleed en kale rode kop. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het verenkleed is matter en bruinzwart. De kale rode kop is minder intens en kan deels licht behaard zijn. De snavel is korter en donkergrijs, de poten grijzer en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichtere vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen glanzend zwart verenkleed zich volledig en verschijnt de karakteristieke kale rode kop.