Zuiderse duikeend (zuid-amerikaanse)

Netta erythrophthalma erythrophthalma

Log in om deze soort toe te voegen

De Zuiderse duikeend (zuid-amerikaanse) (Synoniem: Zuiderse duikeend) behoort tot het geslacht Netta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze soort komt voor in zoetwatermeren en moerassen in delen van Zuidelijk Afrika en Zuid-Amerika. Hij voedt zich met waterplanten en ongewervelden door zwemmend, ploeterend en grondelend te zoeken naar voedsel en brengt het grootste deel van zijn tijd op het water door. Tijdens het broedseizoen bouwt het vrouwtje een nest in dichte vegetatie en legt tussen de 8 en 15 eieren.

Zuiderse duikeend (zuid-amerikaanse)
South American Pochard
Südamerikanische Tafelente
Nette brune (Amérique du Sud)

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Netta

Ringmaat

Man 11.0 mm Vrouw 11.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een donker kastanjebruin tot bijna zwartbruin verenkleed. De kop en hals zijn vaak dieper zwartachtig, waardoor de felrode iris sterk contrasteert. De rug en vleugels zijn donkerbruin, de buik is donkergrijs tot zwart. De snavel is blauwgrijs tot zwart, met een lichtere grijze basis, de poten zijn grijszwart en de iris is helder rood.

Vrouw:
Het vrouwtje is doffer en matter gekleurd, meestal donkerbruin met een lichterbruine wang en keel. De iris is roodbruin of oranjerood in plaats van felrood. De snavel is donkergrijs en uniformer van kleur dan bij het mannetje, de poten grijzer.

Juveniel:
Juvenielen zijn egaler bruin en missen de glans van volwassen vogels. De borst en flanken zijn lichter bruin en de buik vuilwit tot grijs. De iris is donkerbruin en de snavel grijs zonder duidelijke lichtere basis. De poten zijn vleeskleurig tot grauw.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en vuilwit tot geelachtig aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kopkap en rugstrepen met lichte wangen en een lichte kinvlek. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 166
  • Tijdschrift 252
  • Tijdschrift 306