Vogel
Zuidpooljager
Zuidpooljager
Stercorarius maccormicki
Log in om deze soort toe te voegenDe Zuidpooljager behoort tot het geslacht Stercorarius binnen de familie van Jagers (Stercorariidae).
Deze roofvogel komt uitsluitend voor in Antarctica, waar hij broedt op ijsvrije kustgebieden en soms ook op binnenlandse rotsen. Tijdens het broedseizoen legt hij meestal twee eieren en is hij agressief tegenover indringers bij het nest. Na het broeden vertrekt hij naar de open zee en verspreidt zich over de Grote en Atlantische Oceaan, waar hij vooral leeft van vis en roofvogelgedrag vertoont door andere vogels te beroven van hun prooi. Ook eet hij vogeleitjes, aas en soms jonge vogels. De soort is monogaam en blijft meestal met dezelfde partner samen. Jonge vogels bereiken de volwassenheid pas op vijf tot zes jaar.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Jagers (Stercorariidae)
- Bird Genus
- Stercorarius
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Jagers
Jagers zijn robuuste zeevogels die broeden in open kust- en toendragebieden van het noordelijk halfrond. Ze leven van vis en kleine prooidieren, die ze zelf vangen of stelen van andere zeevogels. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met water, open zichtlijnen en bescherming tegen extreme weersinvloeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met vijver of bassin (60–80 m² per koppel); zand- of grasbodem met rotsen en open terrein; binnenverblijf ± 3–4 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: koel tot gematigd; bestand tegen kou en wind; bij vorst of langdurige regen toegang tot beschut binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: te houden per koppel of kleine groep; tijdens broedtijd territoriaal; visuele afscheiding voorkomt conflicten.
- Voeding: vis, kippenhart, garnalen en zeevogelvoer; af en toe insecten of prooidieren; vers drink- en badwater altijd aanwezig.
- Overig: ruime vliegruimte en rustige ligging essentieel; dagelijkse reiniging en controle op voedselresten; broedplek op open grind- of zandvlak voorzien.
Man:
De man heeft een overwegend donkerbruin verenkleed met een lichte glans op de rug. De kop is donkerder dan de nek, met een subtiele overgang naar de borst. De vleugels zijn donker met lichtere randen, wat een versleten indruk kan geven. De staart is wigvormig met een lichte bandering aan de uiteinden. De snavel is stevig en zwart, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn donkergrijs met een enigszins schubbige textuur. De ogen zijn donkerbruin met een nauwelijks zichtbare oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets mattere uitstraling. De kop en nek zijn egaal donkerbruin, zonder duidelijke contrasten. De vleugels vertonen een subtiele bandering, vooral zichtbaar bij gespreide vleugels. De staart is korter en minder scherp dan die van de man. De snavel is iets slanker en heeft een grijze tint aan de basis. De poten zijn donkergrijs en vertonen een gladde structuur. De ogen zijn donker met een lichte, nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een uniform bruin verenkleed met een matte uitstraling en lichte veerranden. De kop is iets lichter dan de rest van het lichaam, met een vage streping. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere uiteinden, wat een versleten indruk geeft. De staart is kort en afgerond, zonder duidelijke bandering. De snavel is donkergrijs en slank, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn grijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin zonder zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtbruin verenkleed. De snavel en poten zijn donkergrijs en glad.