Vogel
Zuidpoolkip
Zuidpoolkip
Chionis albus
Log in om deze soort toe te voegenDe Zuidpoolkip behoort tot het geslacht Chionis binnen de familie van IJshoenders (Chionidae).
Deze vogel, bekend van Antarctica, de zuidelijke eilanden en het schiereiland, is de enige landvogel die inheems is op het continent zelf. Hij broedt van april tot oktober op rotsige kusten en eilanden, verplaatst zich soms naar de subantarctische regio�s. Als opportunistische alleseter zoekt hij op stranden, in zeevogelkolonies en rond menselijke bases naar vrijwel alles wat eetbaar is, van resten en uitwerpselen tot eieren en karkassen. Zijn aanpassingsvermogen maakt hem tot een opvallende verschijning in het extreme Antarctische landschap.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- IJshoenders (Chionidae)
- Bird Genus
- Chionis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
IJshoenders
IJshoenders zijn robuuste, kustbewonende vogels uit de sub-Antarctische regio’s van het zuidelijk halfrond. Ze leven op rotsige kusten en strandvlakten waar ze foerageren op zaden, algen en kleine zeedieren. In de avicultuur hebben IJshoenders behoefte aan ruime, open verblijven met goed drainerende bodem en bescherming tegen extreme weersomstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met zand- of grindbodem (30–40 m² per koppel); open terrein met schaduwrijke zones en enkele stenen of struiken; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en tochtvrij.
- Klimaat: koel tot gematigd; bestand tegen kou en wind; bij langdurige vorst of nat weer beschut binnenhok; frisse lucht en goede ventilatie essentieel.
- Sociaal: te houden per koppel of kleine groep; tijdens broedperiode territoriaal; voldoende ruimte en afscheiding voorkomt agressie.
- Voeding: plantaardig en dierlijk gemengd dieet; watervogelvoer, algen, vismeel en garnalen; regelmatig groenvoer en altijd schoon drinkwater aanwezig.
- Overig: goed drainerende bodem en regelmatige reiniging; rustige ligging voorkomt stress; nestplekken op vlakke of iets verhoogde bodem aanbieden.
Man:
De man heeft een overwegend wit verenkleed met een subtiele ivoortint. De kop en nek zijn egaal wit, zonder zichtbare markeringen. De vleugels vertonen een lichte glans, vooral bij vers verenkleed. De snavel is kort en stomp, met een geelachtige basis en zwarte punt. De poten zijn donkergrijs met een enigszins schubbige textuur. De ogen zijn donkerbruin, omringd door een smalle, onopvallende oogring. In de winter kan het verenkleed iets doffer lijken door slijtage.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar wit verenkleed als de man, maar met een iets mattere uitstraling. De kop en nek zijn eveneens egaal wit, zonder opvallende patronen. De vleugels hebben een minder uitgesproken glans dan die van de man. De snavel is kort en stomp, met een gelige basis en donkere punt. De poten zijn donkergrijs en vertonen een lichte schubstructuur. De ogen zijn donkerbruin, met een subtiele oogring die nauwelijks opvalt. In de winter kan het verenkleed iets valer worden door slijtage.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend wit verenkleed met een grijze waas, vooral op de vleugels en rug. De kop en nek zijn lichter, met een vage grijze tint. De vleugels zijn minder glanzend en vertonen soms lichte slijtage. De snavel is kort en stomp, met een grijsachtige basis en donkere punt. De poten zijn donkergrijs, met een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin, omgeven door een nauwelijks zichtbare oogring. Naarmate ze ouder worden, verdwijnt de grijze waas geleidelijk.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, grijze donslaag. De snavel en poten zijn aanvankelijk lichtgrijs.