Vogel
Zwart Waterhoen
Zwart Waterhoen
Gallinula tenebrosa
Log in om deze soort toe te voegenDe Zwart Waterhoen behoort tot het geslacht Gallinula binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
Deze vogelsoort is een middelgrote rail die vooral in India, Australi�, Nieuw-Guinea en Indonesi� voorkomt. Ze prefereert vochtige habitats zoals moerassen en fresh water gebieden. De vogels zijn bekend om hun donkere kleuren en rode schild. Ze zijn dagdieren en voeden zich met zaden, vruchten en kleine dieren. Ze zijn vaak in groepen te vinden en zijn redelijk flexibel in hun woonomgeving, van natuurlijke moerassen tot stedelijke parken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Gallinula
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Man:
De man heeft een overwegend donkerbruin verenkleed met een subtiele groene glans op de vleugels. De kop en nek zijn iets donkerder, bijna zwart, met een lichte iriserende glans. De borst en buik zijn egaal bruin zonder opvallende markeringen. De snavel is kort en stevig, met een heldergele kleur en een rode basis. De poten zijn olijfgroen met een lichte schubachtige structuur. De iris is roodbruin, omgeven door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets mattere uitstraling. De vleugels vertonen minder glans en zijn meer uniform bruin. De kop en nek zijn donkerbruin, zonder de iriserende glans die bij de man te zien is. De borst en buik zijn egaal bruin, met een iets lichtere tint dan de rest van het lichaam. De snavel is geel met een rode basis, maar iets minder fel dan bij de man. De poten zijn olijfgroen, met een fijnere structuur dan bij de man. De iris is roodbruin, met een subtiele oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer bruin verenkleed zonder de glans die bij volwassen vogels te zien is. De kop en nek zijn lichtbruin, met een vage streep over de ogen. De borst en buik zijn lichter bruin, met een enigszins gevlekte uitstraling. De snavel is bleekgeel, zonder de rode basis die bij volwassenen aanwezig is. De poten zijn lichtgroen, met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring. De vleugels zijn uniform bruin, zonder glans.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zwart dons, met een lichte bruine tint op de buik. De snavel is geelachtig, met een zachte textuur.