Vogel
Zwarte duif
Zwarte duif
Columba janthina
Log in om deze soort toe te voegenDe Zwarte duif behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze grote duivensoort leeft op kleine eilanden en kusten in Oost-Azië, zoals Japan en Korea, waar hij dichte, vochtige laurierbossen en altijd groene breedbladige bossen prefereert. Hij is voornamelijk een bosvogel die zich voedt met vruchten en zelden lange afstanden migreert, maar soms wel kortere uitwijkingen maakt naargelang de voedselbeschikbaarheid.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columba
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een forse bosduif van circa 38-43 cm lengte, met een opvallend donker, glanzend verenkleed. De kop, nek en borst zijn diep zwartachtig paars met een sterke groenige tot purperen iriserende glans, vooral op de nek. De buik is donkergrijs tot zwartachtig. De rug en vleugels zijn donker leigrijs met een subtiele paarse gloed, terwijl de schouderveren soms een bronsgroene zweem vertonen. De staart is middellang en afgerond, donkergrijs met een brede, lichtere eindband. De snavel is zwart met een hoornkleurige washuid, de poten zijn rood, en de iris is oranjerood tot karmijnrood, omringd door een smalle, bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijk aan het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en mist vaak de intensiteit van de iriserende glans. De borst en nek zijn matter zwartpaars, en de vleugels zijn doffer van tint. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn donkerbruinachtig grijs in plaats van zwartpaars. De borst en nek missen de glanzende iriserende tinten. De rug en vleugels hebben brede, lichtere veerranden, wat een geschubd patroon geeft. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris donker. Bij de eerste rui ontwikkelen zich de paarse glans en de contrasterende kleuren van volwassen vogels.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, donkergrijs dons. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen eerst eenvoudige donkerbruine veren; de kenmerkende paarse en groene iriserende glans ontwikkelt zich pas later.