Vogel
Zwarte steltkluut
Zwarte steltkluut
Himantopus novaezelandiae
Log in om deze soort toe te voegenDe Zwarte steltkluut behoort tot het geslacht Himantopus uit de familie van Kluten en steltkluten (Recurvirostridae).
De zwarte stelt (kak_) is een zeldzame wadvogel die in Nieuw-Zeeland leeft, vooral in de Mackenzie Basin. Ze bewonen braided rivieren, rivierarmen en nabijgelegen wetlands. De vogels zijn bekend om hun lange roze poten en zwarte veren. Ze zijn bedreigd door habitatverlies en predatoren zoals verwilderde katten en vossen. Black stilts nestelen vaak als solitaire paren op stabiele rivieroevers en produceren drie tot vijf eieren per seizoen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Kluten (Recurvirostridae)
- Bird Genus
- Himantopus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Kluten en Steltkluten
Kluten en Steltkluten zijn sierlijke steltlopers die voorkomen in open, ondiepe waterrijke gebieden. Ze foerageren in ondiep water op insecten en kleine waterdieren en broeden op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen ze om ruime water- en landzones, een schone omgeving en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver of moerasgedeelte (30–40 m² per koppel); waterdiepte 10–25 cm; zandige oever en open vegetatie; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd; temperatuur 10–25 °C; bij vorst verwarmd binnenhok; schone waterpartij en goede drainage belangrijk; schaduw in de zomer voorzien.
- Sociaal: kolonievogels; te houden in groep of koppel; territoriaal tijdens broedperiode; rustige omgeving vermindert stress.
- Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en weekdieren; watervogelvoer met insecten en garnalen; voer deels in water aanbieden; altijd schoon drinkwater beschikbaar.
- Overig: broedplaatsen op eilanden of grindzones; regelmatige waterverversing; dagelijkse hygiëne; rustige ligging bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Man:
Het mannetje is een grote steltloper van circa 40 cm lengte, slank gebouwd met zeer lange roze poten en een dunne, rechte zwarte snavel. Het verenkleed is zwart-wit contrastrijk: de kop, nek, rug, vleugels en borst zijn glanzend zwart, terwijl de buik, flanken en onderstaartdekveren zuiver wit zijn. De staart is donkergrijs. De ogen zijn helder rood, wat sterk contrasteert met de zwarte kop.
Vrouw:
Het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner en kan matter van kleur zijn, met minder glanzend zwart op kop en rug, soms eerder donkerbruin tot zwartbruin. De witte onderdelen zijn identiek aan die van het mannetje. De oogkleur is ook rood, maar vaak iets valer.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer gekleurd, met donkergrijsbruin op rug en vleugels in plaats van diepzwart. De kop is grijsbruin met een vager contrast tegen de witte onderzijde. De poten zijn bleker roze en de iris is bruinachtig in plaats van rood. De snavel is korter en grijzer.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, geelgrijs dons met donkere vlekken en strepen over de rug en kruin, wat uitstekende camouflage biedt in open moerassen en graslanden. De onderzijde is vuilwit tot cr�me. De poten zijn relatief lang, vleeskleurig tot grijspink, en de snavel is klein en donkergrijs. De rode iris en het diepe zwart van de volwassen vogels ontwikkelen zich pas naarmate ze ouder worden.