Vogel
Zwarte trap
Zwarte trap
Afrotis afra
Log in om deze soort toe te voegenDe Zwarte trap (synoniem: Afrotis afra) behoort tot het geslacht Afrotis binnen de familie van Trappen (Otididae).
De zuidelijke zwarte korhaan is een endemische vogelsoort die in het zuidwesten van Zuid-Afrika voorkomt. Hij leeft in open, semi-aride streken zoals struiklanden en savannen, waar hij gemakkelijk ongewervelden als voedselbronnen kan benutten. Het is een omnivoor die voornamelijk insecten en zaden eet. De mannetjes zijn bekend om hun luidruchtige, kakende geluiden en hun spectaculaire vliegshows om vrouwtjes aan te trekken. De vrouwtjes zorgen voor de jongen en het nest, dat in een ondiepe kuil in de grond wordt gemaakt.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trappen (Otidiformes)
- Bird Family
- Trappen (Otididae)
- Bird Genus
- Afrotis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Trappen
Trappen zijn grote, grondbewonende vogels van open landschappen zoals steppes en savannes. Ze zijn krachtige lopers en sterke vliegers over korte afstanden, maar zeer gevoelig voor verstoring. In de avicultuur vragen Trappen om zeer ruime, rustige verblijven met open zichtlijnen, droge bodems en minimale stress. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met open terrein (200–300 m² per koppel of meer); gras- of zandbodem; vrije zichtlijnen; binnenverblijf ± 4–5 m² per vogel, droog en ruim.
- Klimaat: droog en open; temperatuur 5–30 °C afhankelijk van soort; bescherming tegen regen, sneeuw en wind; schaduw in zomer noodzakelijk.
- Sociaal: solitair of per koppel; mannetjes territoriaal tijdens balts; rustige, prikkelarme omgeving essentieel.
- Voeding: granen, groenvoer, insecten en kleine dierlijke eiwitten; speciaal trappen- of kraanvogelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water aanwezig.
- Overig: stressgevoelig; dagelijkse gezondheidscontrole aanbevolen; broedplek op open grond; afgelegen ligging van het verblijf bevordert welzijn en veiligheid.
Man:
De man heeft een opvallend zwart verenkleed met een glanzende afwerking. De kop en nek zijn diepzwart, wat contrasteert met de witte keel. De borst is eveneens zwart, terwijl de buik een lichtere grijstint vertoont. Vleugels zijn zwart met witte vlekken, vooral zichtbaar tijdens de vlucht. De dekveren hebben een subtiele witte rand, die bij oudere vogels kan vervagen. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. De poten zijn grijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, zwarte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempt verenkleed met bruine en beige tinten. De kop en nek zijn lichtbruin met fijne streepjes. De borst is beige met een subtiele bandering, die doorloopt naar de buik. Vleugels zijn bruin met lichtere vlekken, minder contrasterend dan bij de man. Dekveren hebben een lichte, versleten rand, die seizoensgebonden kan vari�ren. De snavel is slanker en lichter van kleur dan die van de man. Poten zijn grijsbruin met een iets ruwere structuur. De iris is lichtbruin, met een onopvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een matte afwerking. De kop en nek zijn lichtbruin met onregelmatige vlekken. De borst en buik zijn beige met een fijne, donkere streepjespatroon. Vleugels zijn bruin met lichtere randen, die bij vervelling duidelijker worden. Dekveren zijn minder uitgesproken en hebben een versleten uiterlijk. De snavel is kort en grijs, met een lichte kromming. Poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, geelbruin verenkleed. De snavel is klein en lichtgrijs van kleur.