Zwarte wouw

Milvus migrans

Log in om deze soort toe te voegen

De Zwarte wouw behoort tot het geslacht Milvus binnen de familie van Havikachtigen (Accipitridae).

Deze vogelsoort is wijdverspreid in Europa, Afrika en Azi� en leeft vooral in waterrijke gebieden zoals moerassen, rivieroevers en bossen. Hij is een opportunistische alleseter, die soms in kleine kolonies broedt en vaak rondvliegt op zoek naar voedsel, waaronder vis en aas. Zijn geluid is schel, vibrerend en lijkt op dat van een meeuw.

Zwarte wouw
Black Kite
Schwarzmilan
Milan noir

Taxonomische indeling

Bird Order
Roofvogels (Accipitriformes)
Bird Family
Havikachtigen (Accipitridae)
Bird Genus
Milvus

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een donkerbruin verenkleed met een lichte, goudbruine tint op de kop. De vleugels zijn breed met een lichte, versleten rand aan de slagpennen. De staart is gevorkt en toont een subtiele roodbruine gloed. De borst en buik zijn egaal donker met een lichte, streepachtige tekening. De snavel is zwart met een gele waslaag aan de basis. De poten zijn geel en hebben een gladde structuur. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets lichtere kop. De vleugels zijn breed en tonen een lichte, versleten rand aan de slagpennen. De staart is minder diep gevorkt en heeft een roodbruine tint. De borst en buik zijn donker met een subtiele, streepachtige tekening. De snavel is zwart met een gele waslaag aan de basis. De poten zijn geel en hebben een gladde structuur. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een lichter bruin verenkleed met een blekere kop en nek. De vleugels zijn breed met een duidelijke, versleten rand aan de slagpennen. De staart is minder diep gevorkt en heeft een bleke roodbruine tint. De borst en buik zijn lichter met een duidelijke, streepachtige tekening. De snavel is donkergrijs met een gele waslaag aan de basis. De poten zijn geel en hebben een gladde structuur. De ogen zijn lichtbruin met een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens hebben een donzig, lichtbruin verenkleed met een bleke kop. De snavel is geel met een donkere punt.