Zwarthalskraanvogel

Grus nigricollis

Log in om deze soort toe te voegen

De Zwarthalskraanvogel (Synoniem: Zwartnekkraanvogel) behoort tot het geslacht Grus uit de familie van Kraanvogels (Gruidae).

De zwartnekkraanvogel is een fraaie, middelgrote kraanvogelsoort die broedt op het Tibetaans Hoogland op 2950 tot 4900 meter hoogte, in vochtige graslanden, meren en rivierdalen. In China, India en Bhutan komen de belangrijkste populaties voor; overwinteren doet hij op lagere hoogtes in onder andere Tibet, Yunnan, Guizhou, Bhutan en een kleine groep in Arunachal Pradesh, India. De vogels zijn afhankelijk van draslanden als broedplaats en foerageren op moerassen, grasland en landbouwgronden, waar ze zich vooral voeden met resten van gewassen en waterplanten. Hun trekpatroon volgt het ritme van de seizoenen: zomer op het hoogland, winter op beschutte lagergelegen plaatsen.

Grus nigricollis
Black-necked Crane
Schwarzhalskranich
Grue � cou noir

Taxonomische indeling

Bird Order
Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
Bird Family
Kraanvogels (Gruidae)
Bird Genus
Grus

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Kraanvogels

Het welzijn van deze soort vraagt om zorgvuldige aandacht voor leefomgeving en huisvesting.
Om de kraanvogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste aanbevolen richtlijnen.

  • Voeding: variatie van planten, granen, dierlijke eiwitten of pellets.
  • Sociaal: paren in broedseizoen, groepen buiten seizoen.
  • Leefruimte: buitenverblijf met gras, beschutting en water.
  • Klimaat: winterharde soorten buiten; subtropisch verwarmd; andere vorstvrij.
  • Ruimte: grote soorten ± 200-300 m², kleine soorten ± 100-150 m², subtropische soorten ± 10 m² binnen.
Huisvestingsrichtlijnen Kraanvogels

Man:
Het mannetje heeft een overwegend grijs verenkleed over het lichaam, met lichtere grijze onderzijde. De kop en nek zijn zwart, met een witte vlek die van achter de ogen over de zijkant van de nek loopt. De snavel is lang, recht en grijs tot hoornkleurig. De poten zijn donkergrijs tot zwart en lang, geschikt om in hooggelegen graslanden en moerassen te waden. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde grijze verenkleed en zwarte kop en nek met witte oogstrepen. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het grijze verenkleed is matter en bruiner. De zwarte kop en nek zijn minder intens gekleurd en de witte oogstrepen zijn vaag. De snavel is korter en grijzer, de poten grijzer en de iris bruinachtig.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichte vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen grijs verenkleed zich volledig en verschijnen de karakteristieke zwarte kop en nek met witte oogstrepen.