Zwartkeelboomkwartel

Colinus nigrogularis

Log in om deze soort toe te voegen

De Zwartkeelboomkwartel behoort tot het geslacht Colinus binnen de familie van Boomkwartels, Tandkwartels (Odontophoridae).

De zwartkeelbobwhite is een vogel die voorkomt in Belize, Guatemala, Honduras, Mexico en Nicaragua. Zij bewonen subtropische of tropische droge struiklanden, seizoensgebonden natte of overstromende laaglandgraslanden, kustmangroves en sterk verwaarloosde voormalige bossen. Dit soort is bekend vanwege zijn compacte, grondgebonden gedrag.

Zwartkeelboomkwartel
Yucatan Bobwhite
Schwarzkehlwachtel
Colin � gorge noire

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Amerikaanse kwartels (Odontophoridae)
Bird Genus
Colinus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Boomkwartels en tandkwartels

Boomkwartels en tandkwartels zijn voornamelijk grondbewonende vogels afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte vegetatie en vragen in de avicultuur om rustige, goed beplante volières met voldoende beschutting en zachte bodembedekking. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: grondgerichte volière (ca. 6–10 m² per paar, 2 m hoog) met zachte bodem (zand, aarde, bladeren) en dichte beplanting; droog nachthok of schuilruimte.
  • Klimaat: gevoelig voor kou en vocht; temperatuur > 10 °C; bij lage temperaturen verwarmd binnenverblijf; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedseizoen extra ruimte en schuilplekken tegen territoriaal gedrag.
  • Voeding: kwartel- of fazantenvoer met zaden, groenvoer (gras, bladgroen, groenten) en dierlijke eiwitten (insecten, meelwormen); altijd grit, zand en vers water.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem; rustige, schaduwrijke omgeving; overbezetting vermijden om stress te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Boomkwartels en tandkwartels

Man:
De man heeft een opvallend zwart gezicht met een witte keel en wenkbrauwstreep. De borst is donkerbruin met fijne, lichte streepjes die naar de flanken toe breder worden. De rug en vleugels zijn kastanjebruin met subtiele zwarte vlekken en lichte randen. De buik is lichter van kleur, vari�rend van beige tot lichtbruin. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin met een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrastrijk verenkleed met een bruin gezicht en een lichtere keel. De borst is lichtbruin met een fijne, donkere streping die naar de flanken toe vervaagt. De rug en vleugels zijn bruin met een subtiele, donkere bandering. De buik is lichtbeige, zonder duidelijke aftekeningen. De snavel is donkergrijs en iets slanker dan die van de man. De poten zijn lichtgrijs met een iets ruwere textuur. De ogen zijn donkerbruin met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage, lichte streping op de borst. De rug en vleugels zijn donkerbruin met een onregelmatige, lichte vlekkenpatroon. De buik is lichtbruin en egaal van kleur. De snavel is grijsachtig en nog niet volledig ontwikkeld. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende oogring. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze meer contrast in hun verenkleed.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons. Ze hebben een donkere streep over de ogen en rug.